Werken aan meer vrouwelijke directeurs!
donderdag, 11 januari 2007

Het recente onderzoek ‘Welbevinden en functioneren van directies basisonderwijs’ zorgde voor heel wat ophef. De studie toont immers aan dat heel wat directeurs vroegtijdig uit hun functie stappen en dat minstens 15% van de directeursambten wordt waargenomen door directeurs ad interim. Veel te hoge werkdruk, laag loon en jobinhoud liggen aan de basis van deze problematiek. 

Ik ontdekte daarbovenop – buiten de studie om -  dat de grootste problemen zich voordoen met vrouwelijke directeurs. Waar België in 2003 nog over 43,3% vrouwelijke directeurs zou beschikken, zou dit cijfer in 2004 teruggevallen zijn op 28,5%. Het aantal mannelijke directeurs gaat dus van 56,7%  naar 71,5%. Het onderwijs wordt over het algemeen gekenmerkt door een sterke vrouwelijke vertegenwoordiging in het personeelsbestand, met pieken in het kleuter- en lager onderwijs. Voor universiteitsprofessoren en directeurs liggen de cijfers omgekeerd. De laatste jaren was er hier een positieve tendens van vervrouwelijking te bespeuren. Mijn ontdekking is dan ook op zijn zachtst gezegd merkwaardig en bovendien zeer problematisch.  Ik vond deze cijfers via de Belgische statistieken van het de Federale Overheidsdienst Economie. Ik heb, om een beter zicht te krijgen op de Vlaamse situatie, bij de minister van Onderwijs de Vlaamse gegevens opgevraagd. Indien mijn bevindingen worden bevestigd, zal ik aan de minister van Onderwijs en de minister van Gelijke Kansen vragen beleidsinitiatieven te nemen. Het wegwerken van de loopbaankloof is immers het centrale genderthema in deze legislatuur bij het beleidsdomein Gelijke Kansen. Ik denk er aan om de mogelijkheid creëren om een directeursfunctie te kunnen opsplitsen in twee deeltijdse functies. Dit zou de job alvast aantrekkelijker maken voor vrouwen.