Kunstenaarscollectief De Geus
vrijdag, 12 oktober 2012

Mijnheer de burgemeester, collega’s uit het schepencollege, de gemeenteraad en de OCMW-raad, mevrouw het provincieraadslid, mijnheer de voorzitter en de ondervoorzitter van de GRC, mijnheer de voorzitter en leden van de Cel Beeldende Kunsten, beste kunstminnende mensen, dames en heren,

Hoe moeten we ze nu benoemen? Het atelier De Geus? Het kunstenaarscollectief De Geus of het kunstenaarscollectief tout court? Of moet er nog ergens “curieus” tussen? Ik ben benieuwd wat het wordt, want soms lijkt het duidelijk en dan weer gebruikt hij (= Jos Vanhenden) alle termen door elkaar. Van 1996 zijn ze bezig! Al 16 jaar! Met de nadruk op “collectief bezig” ze schilderen alleen, maar ze doen wel inspiratie op bij elkaar; ze wisselen samen ideeën uit en ze schilderen samen naar model, wat op zich al een band schept. Aanvankelijk was er zelfs ook beeldhouwen! Jos zegt eenvoudigweg: “We delen de passie, zo is de maandag ontstaan!” Dat op zich is al een filosofisch traktaat waard! Hoe ontstond de maandag? Ik heb daar in wezen nog nooit bij stilgestaan, er zal wel veel maandenken bij geweest zijn, maar ook enkele afgestudeerden van de academie, die liever niet in hun eentje thuis in hun atelier zaten, en in de vakantie, want zo begon het allemaal, waren er cursisten die het samenzijn met elkaar, met hun schildersezel en met het model niet konden missen, en dan maar boven het volkshuis hun eigen ding begonnen te doen. Tot Clement Vlassenroot daar een curieus sausje overgoot en daar een beetje structuur trachtte in aan te brengen. Toen sloot het volkshuis zijn deuren en in 2001 verhuisde het atelier naar de huidige locatie op de zolder van de Vrije Basisschool!

Dames en heren, Guy Smet, Dendermonde 1954

De dichter André Du Bouchet (Frankrijk 1924) beweerde dat hij niet de indruk had gedichten te schrijven, maar dat hij eerder aantekeningen maakte tijdens zijn lange wandelingen. De verwantschap met diezelfde gedachtegang is eigen aan  de dichter en hij hanteert ongeveer dezelfde werkwijze om zijn ideeën en indrukken te veruitwendigen bij het aanschouwen van de zogenaamde werkelijkheid. Of nog, gebeurtenissen hebben een beetje tijd nodig om in woorden te veranderen, alsof hun betekenis en zelfs hun vorm, een lange innerlijke weg moeten gaan voor er samenhang ontstaat. Of om het met Van ostayen te zeggen: “Ik wil naakt zijn en opnieuw beginnen”, telkens opnieuw! Iets verderop wordt het vrouwenlichaam tot de essentie herleid. De schilder giet zijn lijnfiguren uit over een getegelde constructie. En in een laatste tafereel schildert Guy Smet een vrouw met opgetrokken knie als enige houvast. 

Timo Almgren, Lokeren

Zwart wit en vele soorten grijs een amalgaam van gesmolten materie alsof het een stad betrof op een ochtend na vele bombardementen of beschietingen, waarvan stukken van voorbije structuren in een totaal onzinnig patroon weer zin trachten te verschaffen en weer een soort eenheid trachten te vormen een soort van orde in een algehele chaos, waarin toch nog een stuk rechtlijnigheid vervat zit. Of nog, een soortement langpotige dieren alsof we te maken krijgen met gemuteerde vormen uit het post Fukoshimo tijdperk. Overwegend grijs, groen, grauw waarin een element zwart dreigend die kleine kosmos tracht te verslaan of onderuit te halen. Rood, wit, bruin, zwart: een geordende chaos, een wanordelijk bed van kleuren die enkel accent krijgen door de aanwezigheid van telkens de andere kleur. Het noodlot van de synergie van het samengaan of, indien dat niet het geval is, van het ontbreken.

 

Peter Reyns, Dendermonde

Naakte torso, het vrouwenlichaam als getekende muze, de realiteit die er geen is, maar waar een ontzettende kracht vanuit gaat, met name: de scheppende kracht van het geschapene! Twee beelden brons metalen beelden op houten voetstuk. Vrouwenfiguren of hoe de metamorfose zich voltrekt vanuit de beperking van de grondstof. Vrouwenfiguur met lange benen; naar welk model of hoe glijden wij af, of versnellen wij de evolutie in dit bepalen?

De denkende vrouw op de trap die haar naaktheid verbergt met veel te weinig armslag en haar gezicht met al haar haren. Vrouw in omgeving van grijs-geel-groen zichzelf omarmend met al de kracht die haar nog rest, haar gezicht bedekt met haar dekmantel van haar, of is het haar denkmantel?; want als camouflage voor het denken, kan dat tellen.

Rik Schelkens, Lebbeke

“De kunstenaar Rik Schelkens is dan ook niet om het even wie. De uitstraling van zijn werken laat werkelijk niemand ongemoeid, wie in contact komt met zijn werk wordt meteen opgenomen in de hogere sferen van de muze van het kunstenaarschap.” Einde citaat van mijn hand zo’n vier jaar geleden. De kunst van Rik Schelkens is heel moeilijk onder woorden te brengen omdat die kunst afglijdt – in de positieve betekenis van het woord, zo die al bestaat -  afglijdt dus, naar vervaging, ontgrenzing, naar het opgaan in het naburige, naar het flexibele, naar het nirwana.

Of nog dat schilderij met eenaantal mannen en een enkel vrouw, waar ogenschijnlijk elk zijn ding doet, los van elkaar en schijnbaar zonder enig verband. En toch zijn die figuren klaarblijkelijk met elkaar verbonden, al was het maar door het naturalisme in hun blik, ze zouden zo uit de romans “Germinal” of “Nana” van Emile Zola geschopt kunnen zijn.

Dan zijn er de typische taferelen, waarin iedereen of alles deel uitmaakt van een of ander menselijk lichaam, dat in al zijn mogelijke deformaties weergegeven wordt, een omgeving waar lichamen deel uitmaken van hun eigen entourage en waar die omgeving op haar beurt opgaat in die lichamelijkheid; we zien zo iemand naakt in een fles, allegorischer kan niet! Dan is er een huiselijk tafereel waar iemand (Lieve) een koffiemolen tekent en daar niet gelukkig mee is. (sic.)  Dan is er een vooraanzicht en een achteraanzicht van telkens een naakte vrouw, die permeke-achtig een beetje de oervorm van de moedergodin trachten na te bootsen en in hun pose de muze ervan  proberen op het spoor te komen, of in elk geval pogen te benaderen. 

 

Jos Vanhenden, Lebbeke

 

De zuivere abstractie ten overstaan van wat vroeger werd verwezenlijkt in figuratieve stijl zal menigeen de wenkbrauwen laten fronsen.

Misschien is dit een logisch gevolg van het feit dat het ene uit het andere voortvloeit. Wat weten we over de diepliggende beweegreden, die inhoudelijke en beeldende veranderingen laten ontstaan ?

De dingen zijn voortdurend in beweging en evolueren van een lager naar een hoger niveau maar niet zomaar spontaan of vanzelfsprekend. Een hefboom is noodzakelijk. In hoever is de kunstenaar participant en  bediener in deze beweeglijkheid van de verandering ?

 

Schilderen moet in al zijn onderdelen zoveel mogelijk een uitdaging blijven. Hoe anarchistisch is het niet de traditionele orde zowel inhoudelijk als vormelijk op de helling te plaatsen. In deze pijnlijke zelfexploratie, komen beleven en creëren gelijktijdig tot ontwikkeling. Een abstract schilderij stelt vragen, en dringt tijdens het proces van het schilderen antwoorden op. Naarmate het schilderij vordert dringt het zijn eigen wil en wetten op. Het is telkens een beetje sterven en opnieuw geboren worden. In de abstractie wordt de schilderkunst op een ondubbelzinnige manier een kwestie van mentaal overleven, een kwestie van leven of dood. Zo definieert Jos Vanhenden zelf zijn evolutie.

Abstracte werken met de diepgaande boodschap: “Hoe ligt/licht de gelaagdheid?” En is ligt daar met een “g” of met “ch”? De triptiek van rood met blauw en groen en wit en geel en grijs, een mens zou denken dat het verkiezingen zijn! Maar hoe denken de kleuren? En in welk verband? En hoe verhoudt hun denken zich tot de realiteit en hoe oefent het denken invloed uit op de kleur of vice versa. Waarom heeft het middenluik geen wit in de overgang van links naar rechts, of is het een triptiek die je op de Arabische manier moet lezen, van rechts naar links?

Wat we nog meer willen, is alles eens rustig bekijken, wat uitleg kunnen vragen aan de kunstenaars, hier aanwezig en het glas heffen op een geslaagde tentoonstelling, proficiat aan de het kunstenaarscollectief voor dit prachtig evenement.

Dirk De Cock,

Schepen van cultuur

28 september 2012