Tentoonstelling: "De school van vroeger".
maandag, 12 september 2011

Toespraak ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling van Heemkring Lebbeke: "De school van vroeger".

Mijnheer de burgemeester, collega’s uit het college, de gemeenteraad en de O.C.M.W.-raad, mijnheer de voorzitter, beste Bestendig Afgevaardigde, mevrouw het provincieraadslid, beste bestuursleden en -leden van de Heemkring van Lebbeke, dames en heren,  beste vrienden,

 

Eerst en vooral past het even stil te staan bij een van de bezielers van de Heemkring van Lebbeke, ereburger Achilles Vermeiren, die wij vanmorgen ten grave droegen.  Zijn bijdragen op het vlak van de heemkunde werden alom gewaardeerd en in hem verliest de heemkring en de gemeente Lebbeke een groot man en de bezieler van tal van evenementen.

Ik herinner mij zijn schetsje naar aanleiding  van een 11-juliviering in de zaal “Ons Huis”, zeker vijfentwintig jaar geleden, waar hij het had over “ne stijve spoëssom”, dames en heren, zo kunnen we naadloos aanknopen bij het thema van vandaag, want waar had je “ne spoëssom” anders nodig dan in de klas. De Bibliotheek is erop in gegaan en organiseert op 1 september telkenmale een dag of twee om de kinderen en hun ouders te helpen om de schriften te kaften, vroeger gebeurde dat met van dat specifieke blauwe kaftpapier, en geloof het of niet, ik sta terug halftijds in het onderwijs, nadat men de voorbije decennia meest uiteenlopende motieven de revue heeft zien passeren is het nu terug de beurt aan het eenvoudige donkerblauwe kaftpapier, waarmee wij onze geschreven en gedrukte tijd op de banken in de respectieve dorpsscholen van onze gemeente doorbrachten. Misschien, zo dacht ik,  zit daar in deze permanente pre-electorale periode onze burgemeester voor iets tussen. Misschien wordt dat na vanavond aan een of andere toog wel verteld, ze laten in het programma “Koppen” zelfs vertellen dat de twintowers niet door een aanslag aan hun einde kwamen, nu tien jaar geleden, maar dat het allemaal opgezet spel was. Een ander onderwerp was de moderne onderwijsvormen, ik loop er niet al te hoog mee op, maar het brengt ons wel bij het thema van de tentoonstelling van dit jaar, de foto’s die hier liggen zijn evenveel gestolde momenten voor de eeuwigheid. Op zo’n foto blijft iemand zoals hij toen was. Niks verouderingsproces, geen zorgen achteraf, dat ligt allemaal nog in een toekomst die het kind op de foto nog niet kent, maar die wij ondertussen ondergaan en achteraf ondergaan hebben. Wij kunnen niet even zoals die foto’s een beetje roerloos in een of andere lade gaan liggen en de tijd aan ons laten voorbij gaan. Dat is de verleden toekomende tijd van de historische fotografie, een heel belangrijk onderdeel daarvan was de schoolfoto, het siert de Heemkring van Lebbeke dat ze elk jaar opnieuw een boeiend thema  in kaart te brengen. De medewerking van de bevolking is dan ook groot. Welk gezin koestert de schoolfoto’s van de kinderen niet? En, bij oudere foto’s tracht men de gelijkenissen te vinden met de recentere aanwinsten in de familie. Men tracht als het ware het DNA van de oudere foto’ te laten matchen met de kinderen die  vandaag in die familie opgeld maken.

Mijnheer de burgemeester, al deze foto’s vormen evenveel historische documenten en een niet te onderschatten bijdrage met ruime heemkundige waarde. De vele foto’s zijn stille getuigen van zoals de beroemde Duitse historicus Leopold von Ranke het formuleerde: “bloß zeigen wie es eingentlich gewesen” . Gewoon tonen zoals het ooit was. Alles wat je erbij schrijft of zegt, is interpretatie en  dus gecontamineerd door een later wereldbeeld dat ten tijde van de opname nog niet bestond.

Toonkasten vol met foto’s van kinderen die toen school liepen en voor de gelegenheid, “de fotograaf kwam naar school” waren ze wat mooier uitgedost dan gewoonlijk, het haar bij het verlaten van de woning nog gauw met wat water in de juiste vorm gedrukt om de weerbarstige weerborstels te vlug af te zijn. De moeders hun laatste goede raad voor onderweg nog formulerend , stonden nadien nog een half uur of soms wat meer te praten met de buurvrouwen, allemaal nog in peignoir, tot een hunner de ochtendlijke samenscholing verbrak met de boodschap, dat ze nu toch “haar dingen ging aandoen”. “In de tijd mijns vaders toen de dagen trager waren”, dichtte Karel Van de Woestijne,  maar ik ben geneigd te zeggen in de tijd der moeders toen de dagen trager waren.  We zijn de laatste generatie  die de negentiende eeuw nog in de twintigste hebben beleefd. Alles in een dorp had zijn orde. Zo ook in de dorpsschool, zo ook toen de fotograaf naar de school kwam. Een klasfoto van toen was heel stereotiep, de onderwijzer of de zuster keek steevast met streng gelaat  naar de lens, alsof de graad van gestrengheid rechtstreeks afstraalde op de leerlingen en rechtevenredig was met de kwaliteit van het geboden onderwijs.

Voor de kinderen was het kind “an sich” vaak niet voldoende om de foto te sieren, het leek te veel verspilling om al dat zilvernitraat te in te zetten voor slechts een enkele foto met slechts een kind. Dikwijls werden uit besparingsoverwegingen broertjes of zusjes samen op de foto gedwongen, of brachten de fotografen een pony of zelfs een kameel of een dromedaris mee. Veel kinderen zitten dan ook met een van angst vertrokken gezicht op een dergelijk dier, alsof het een eerste repetitie betrof in een circusschool. Eén dier heb ik die fotografen nooit weten meebrengen, dat was een ezel, nochtans kan je van een ezel mooie foto’s maken, maar ik vrees dat een ezel met een te groot deel van de klas vereenzelvigd kon worden en dat de tekenen des onderscheids te gering waren.  Dat wist onze grote meester Breughel de Oude reeds, immers schilderde hij niet in zijn werk de “spreuken” een ezel in de klas bij de meester, daaronder stond in zijn sierlijke handschrift:”al vaert enen esele ter scolen om leeren, is ’t enen esele, hi en sal gheen peerd weder en keren.”

Dames en heren, wat je op die foto’s niet kan zien is, of de leerling in kwestie die maand met een goed, dan wel met een slecht rapport naar huis kwam. Soms moet je de dingen kunnen inkleden en sommige leerlingen waren daar goed in.

Mijnheer de voorzitter, dames en heren de heemkring van Lebbeke heeft ook dit jaar weer  haar tentoonstelling prachtig ingekleed. Proficiat aan de initiatiefnemers en aan de uitvoerders en aan de hele vereniging en op naar een geslaagde kermis met een groot aantal bezoekers van de tentoonstelling.

 

Dirk De Cock, schepen van cultuur en onderwijs.