AquArt
maandag, 18 juli 2011

Collega’s cultuurschepenen Meremans en Jacobs, mijnheer de volksvertegenwoordiger, collega’s schepenen, gemeenteraadsleden en O.C.MW.-raadsleden,  mevrouw het provincieraadslid, beste voorzitters, ondervoorzitters en bestuursleden van de onderscheiden Raden voor Cultuur,  beste voorzitters en leden van de onderscheiden cellen Beeldende Kunsten, beste leden van de cultuurdiensten van de drie gemeenten, beste kunstenaars, beste jonge kunstenaars, leerlingen van de plaatselijke school van Denderbelle, beste deelnemers in het algemeen, dames en heren in al uw hoedanigheden en functies, beste mensen uit Dendermonde, Buggenhout en Lebbeke en daarbuiten, beste minnaars van cultuur, beste genodigden.

Vandaag verleggen we met AquArt een steen aan een rivier in Vlaanderen. Na BrouwArt in 2004 in Buggenhout, waar de brouwerijcultuur in de drie gemeenten als centraal thema werd gekozen, na LocoArt in 2006 te  Dendermonde, waar de verbindende kracht van de spoorwegen in het middelpunt van de belangstelling kwam te liggen, verleggen we met AquArt alweer  een steen in de rivier van de kunst en van het water en we doen dit in het midden van een vakantieperiode en in een week waar de weergoden ons niet zo gunstig gezind zijn, met uitzondering van deze éne dag! Maar de god van de landbouw had vocht nodig en heeft daar overvloedig voor gezorgd met  Aqua, water dus, echter voor ons heeft die god met één dag het laven van zijn landbouwdorst opgeschort, omdat wij zoveel offers aan het water brachten, waarvoor onze dank. Aqua, Germaans: ahwa, over Aa (in het Oudnederlands: Land van Aa.) tot water en de Dender: De Dender kreeg bij de Kelten de naam Tanara of Tanera, wat zoveel betekent als de 'woelige' of 'bruisende'. Het bruisende, het woelige water en het betreft dat water van de Dender, dat in de Schelde uitmondt in Dendermonde en die Schelde die Buggenhout mee bindt en verbindt met Lebbeke en Dendermonde, zo heb je een gemeenschappelijkheid om U tegen te zeggen en hoe kan je die gemeenschap beter tot haar recht laten komen dan door kunst,  “Art” dus, de Engelse benaming voor kunst. En alhoewel ik in zekere mate anglofoob ben, versta ik het woord “art” toch ook in de Nederlandse schrijfwijze, de “aard” van de mensen die hier aan het water wonen en deelgenoot zijn van dat water in al zijn facetten, van vruchtbaarheid, transportmiddel, belangrijk ontspanningselement, onmisbare schakel in de natuur, maar soms ook bedreigend bij stormweer,  bij ontij of bij inundatie, bij overstroming. En de kunstenaars die hier wonen brachten de voorbije dagen hun kunst aan het water, om de vele dagjestoeristen,  wandelaars en fietsers, ja zelfs om de varenden deelgenoot te maken van hun muze. Het wordt een huzarenstukje om niets te vergeten:

Er is de binnententoonstelling in het oud Gemeentehuis van Denderbelle, daar is een aparte brochure voor, daar zijn vier wisseltentoonstellingen, gaande van aquarel, marines, fotografie, grafiek en tekenen, telkens opgefleurd met het hardere werk, zoals daar zijn: juwelen, constructies, beeldhouwwerk, mixed media en keramiek. De kruim van onze plaatselijke kunstenaars stelt daar tentoon. Ik vermeld: Frans Lefever, Herwig Teck, Tuur De Rijbel,Liliane Bosteels, Daisy Vissers,  André Lenssens, Jean Heymans, Hubert Bourgeois, Julia Verkoelen, Frans Huyck, Willy Van Ransbeeck,  Kris De Ruysscher,  Raymond Heremans, Hilde Cool, Rudy Vander Veken, Aline Van Snick, Geert de Geyter, Marie-Jeanne De Waegeneer, Denise Saerens, Roger Baert, Roos Franckaert met het keramiekatelier van Buggenhout, de fotografische kring van Dendermonde en fotoclub Ontspanner van Lebbeke.

De heemkundige Kring van Denderbelle: “Het Comité Belle 2000” verkoopt daar ook haar heel interessante jaarboek geschreven door Edward Saeys over de Scheutist en Buggenhoutenaar Frans De Boeck, met een beklijvend reisverslag over de vlucht van de Missionarissen/Scheutisten uit hun missie van Poro-Balgason en hun vlucht uit Binnen-Mongolië in 1900 en dat naar aanleiding van de Boksersopstand. Uiterst aanbevelenswaardig!

Naast deze “Binnententoonstelling” is er het omvangrijke gedeelte in open lucht; er zijn de totems van de hand van Enric Vermeir, Staf Vinck, Martin Claessens en Kris De Ruysscher,  de gedecoreerde, maar eigenlijk zijn het gecodeerde, waterflessen van Willy Van Ransbeeck, waarmee deze laatste bewijst, niet enkel de bezielde theoretische trekker te zijn van de Lebbeekse Cel Beeldende Kunsten, maar tevens kunstenaarsbloed in zich heeft, waardoor hij het aandurft om een gedurfd concept gestalte te geven.

Emma, de grote zeemeermin bevindt zich met tal van verschillende, maar  samen horende werkjes in de,  door de leerlingen van de plaatselijke basisschool , prachtig versierde knotwilgen.

De veerkracht van de verskracht van de gedichten aan het Veerhuis verheffen het Veerhuis tot Gedichtenhuis en vechten met het contrast van hun zwarte letters de witte herbemaagding van het Veerhuis aan. Zwart en wit zijn door de eigenaar/kunstenaar Frank Steyaert aangebracht. Gedichten van Christina Guirlande, Claire vanden Abbeele, Kris De Ruysscher,  Jean Heymans, Lut Cami, Rita Roels, Maria Mertens en van mijn hand grijpen deze sfeervolle locatie aan om het veerhuis opnieuw en voor lange tijd zijn plaats te geven tussen de seizoenen, het water, het land, de natuur, de dijk, het veer… Alle gedichten werden met de hand geschreven in kunstschrift door Frank Steyaert zelf.  Achter der ramen van het veerhuis staan keramische sculpturen opgesteld van scheepswrakken. Bloemsierkunstenares Mari e-Christine Dubois zorgde voor de fleurige toets met bloemstukken om en aan het veerhuis waar de keramiek en tevens de heel mooie vogelnestkastjes van het jeugdatelier “Wij” uit Dendermonde, niet ontbreken. Het volgende vogelbroedseizoen zullen ze hun intrinsieke waarde bewijzen.

Wie inspiratie nodig heeft om op een creatieve manier een waslijn in zijn tuin te hangen zonder dat het stoort, kan zijn licht opsteken bij het Kinderatelier “De Geus” van Lebbeke en bij het Collectief “Wij” van Dendermonde; Linda Cockuyt, Ria Moens en Piet Van San zullen de uitleg graag verstrekken.

De Gemeentelijke Raad voor Cultuur van Lebbeke zorgde, onder meer door de niet aflatende ijver van ondervoorzitter Walter De Rop, voor de driekantige pancarte met de reproducties van de kaarten van graaf de Ferraris uit de tijd van ons aller Oostenrijks-habsburgse Keizerin Maria-Theresia en de foto van het veerhuis van 1922.

Het project “Artstones” kreeg gestalte door de kunstenaars: AnnCami, Carla Heuvinck, Herwig Teck, en de keramiekclub van Buggenhout onder leiding van Guido Van Keer. De dallen werden door de kunstenaars bewerkt met betrekking tot het thema “water”.

Gedragen schoenen aan in of op het water, Kunstenares Rita Roels vindt water sterk, want het draagt boten. Op het stilstaand water tussen het steiger  en de oever bevindt zich dit gedragen kunstwerk.

Tijdens de week van de amateurskunsten 2010 werd in Lebbeke door tal van kunstenaars uit Dendermonde, Buggenhout en Lebbeke het project AquArt met een schildersmarathon op de rails gezet, vandaar dat dit luik van de expositie ook de naam “Kunstrail” toebedeeld kreeg. Het aantal stijlen en technieken is heel divers evenals het pluimage en de leeftijdscurve van de kunstenaars: ik geef de opsomming: Luc Vermeir, Jos Vanhenden, Jo Pien, Guy Smet, Miek Van Hemelrijck, Peter Goossens, Klaus Closse, Lieve Maes, Walter D’Hoogh, Jeugdatelier De Geus, Enric Vermeir, Rik Schelkens, Linda Cockuyt, Julia Verloeelen, Chantal Tramasure, Roger Van den Eede, Frieda Buelens,Anne Van Achter, Josée Van Den Eede, Germaine Vandermeiren, Maria Tierens, Eric Van Riet, Herwig Teck, Carla Heuvinck, Kris de Ruysscher, Claire Vanden Abbeele, Ben Moens, François Cardon, Regina Van Goethem, Tuur De Rijbel en André Callebaut.

Dames en heren, deze korte verbale rondgang doorheen wat wordt aangeboden, was nodig om hommage te brengen aan eenieder die zijn of haar beste beentje heeft voorgezet om dit prachtig initiatief te laten slagen. We hopen op heel veel bezoekers; het project loopt tot 11 september en zal onder meer een muzikale uitgeleide krijgen door het fanfareorkest van Denderbelle. U hoort dat nog wel.

Dames en heren, ik wens namens de collega’s een hartelijk woord van dank te richten aan de Technische Dienst van de gemeente Buggenhout, Dendermonde en Lebbeke, want ook die samenwerking heeft banden gesmeed en is vlekkeloos verlopen.

Wij wensen de drie Raden voor Cultuurbeleid en de respectieve cellen Beeldende Kunsten in onze dank te betrekken. In hun schoot ontstonden mee de ideeën, die nadien in de werkgroep “AquArt” verfijnd en uitgediept werden om ze nadien klaar te stomen voor realisatie.

Onze dank gaat uit naar alle kunstenaars die hun beste beentje hebben voorgezet en hier vanaf vandaag de vrucht van hun inspiratie toetsen aan de scherpste aller deliberaties, met name de toetssteen van het publiek.

Dames en heren, Yoko Van Praet en vóór haar Wendy Van den Abbeele(nu met ouderschapsverlof), Dimitri Beeckman en Henk Vande Velde, de cultuurbeleidcoördinatoren en of cultuurdeskundigen van de drie gemeenten, samen met de cultuurmedewerkers: Greet Vandemarliere en Natalie De Smet hebben bergen werk verzet.

Collega’s schepenen, zij zijn er in weerwil van hun jonge leeftijd prachtig in geslaagd om een resultante te vinden tussen de steeds weer opborrelende creativiteit van een niet makkelijk te behandelen kunstenaarspubliek en de uitgezette lijn van het op stapel staande project.

In deze vogelvriendelijke omgeving verdienen zij een pluim en een applaus. Zij krijgen eveneens een gedrukte versie van het gedicht: Het Veerhuis.

Dames en heren, kunst is het scheppende laken waarmee mensen zich een tweede huid aanmeten om zich te beschermen tegen de kou van de barre realiteit daarbuiten en in die zin is het escapisme van AquArt hier aan de Dender gerechtvaardigd, want kunst en ontspanning brengen heling, soelaas en houvast in de gekwetste wereld van menselijke verhoudingen. Het zijn ankers voor de ziel.

Dames en heren, in naam van de burgemeester en de collega’s schepenen verklaar ik de tentoonstelling en daarmee ook de receptie voor geopend.

 

Ik dank u,

 

Dirk De Cock,

Schepen van cultuur,

Denderbelle, 15 juli 2011.

 

 

                     Het Veerhuis

 

 

Als eigenste altaar, zo staat het veerhuis                  

sacrale offergave aan de riviergod,                             

getuige van hard labeur in het geruis                         

van een in vergetelheid berustend lot.                        

 

Langsheen dijkweg en rivier staat wit het huis        

in wig van wind en water alsof het later tot              

stappen bewogen wil worden; ultieme verhuis                     

naar een of andere overkant, of naar een god                      

 

die anders is en milder omspringt met een rieten   

kraag of die kan lachen als een kind en speelser is.

Maar doorheen tijd en nukken van natuur              

 

leert zelfs het oude veerhuis dat als buur                  

van wind en water, geen plek zaliger is,                                             

dan waar margrieten wit en buigend nagenieten.   

 

Dirk De Cock,

Denderbelle, 3 juni 2010