Vernissage Marijke Theuns
woensdag, 16 december 2009

Marijke Theuns voorstellen, misschien is het een open deur intrappen. “Wanneer ze met klei bezig is, dan hoor ik haar niet”, zegt haar vrouw. Voor de rest moet Myriam toch heel wat melodieuze, licht Antwerpse klanken over zich laten gaan, want een spraakwaterval is Marijke zeer zeker. Achter elke succesvolle vrouw staat, in dit geval, een sterke vrouw om het succes mee waar te maken. De symbiose van deze relatie zit hem voor een deel in de kunst, de kunst onder meer van het voorbereiden, dat dikwijls al door Myriam wordt gedaan.

Wanneer je de dames thuis bezoekt, kom je door een parterre waar aan beide zijden heel stijlvol kunstvolle voorwerpen staan uitgestald, alsof ze harmonisch in hun eigen microwereld staan te lijken gedijen en geen uitstaans hebben met jouw toevallig passeren in hun ideële wereld, of is het ideale wereld. Op de verdieping in de woonkamer krijg ik onmiddellijk een koffie aangeboden, maar de omgeving zuigt mij in zich op, en ik, overtuigd koffiegenieter, laat die bij zo veel creatieve impuls al bijna koud worden. De tafel, de kasten, de vloer , de wanden alles staat of hangt vol kunst. Het lijkt welhaast het peperkoeken huisje van de kunst.

Marijke, dat zijn beren en nog eens beren! Vergeet het liedje: “ ’k zag twee beren  broodjes smeren,” maar, want die beren zijn één: veel talrijker en twee: ze doen van alles. Ze rijden met de kinderkoets, ze zitten op de schommel, rijden met de auto of op de fiets, je kan het zo gek niet bedenken of die beren hebben er kaas van gegeten.  Zo ook de poppen, geen enkele is dezelfde en toch zie je dat ze van dezelfde maker zijn, ongelooflijk mooi zijn die poppen en die poppenkleedjes en ik kan het weten, want ik heb daar verstand van. Ik heb tot mijn zeven jaar met poppen gespeeld, nadien mocht het niet meer van mijn moeder, dat was niets voor jongens! En mooie zwarte popjes en kleurrijke jurkjes, een streling voor het oog, maar nu kleedt Marijke ze in zwart en grijs en dikwijls gebruikt ze ook stofverharder, dat doet ze bij al haar beelden, maar steeds is er die final touch bij al, haar poppen, dat uiterst persoonlijke, die Marijke-toets! De alternatieve poppen, die aan de popart van André Warhol laten denken.

Dan komen de heksen, joekels van heksen, maar schoon, zo schoon! Daar kan je twee maal per jaar Groot-Lebbeke mee volzetten of hangen of laten zwieren, bij Walpurgisnacht en met Haloween. En geen enkele is dezelfde en toch merk je dat het één enkele heksenfamilie betreft. Mensen, verstop jullie bezems, want voor je het weet zet Marijke er een heks op en met zo’n sierlijk gedrocht op de bezemsteel is het nadien moeilijk schoonmaken. De kabouters en de kobolden,nog zo’n dwergvolkje dat tot leven komt onder de vaardige handen van de kunstenares, de paddenstoelen van begin de jaren ’90, van toen ze nog zonder “n” werden geschreven, je ziet het eraan, heel divers en toch heel herkenbaar, ik wou dat ik mijn prille jeugd had kunnen doorbrengen tussen figuren met een dergelijk hoog sprookjesgehalte.

En de clowns, zo’n mooie clowns, die van J & B zijn er klein mannetjes tegen, een clown van het Marijke-kaliber met een viool, meer symboliek kan haast niet, het uitbeelden van een hoog melancholische figuur, waar het intellect en de humor van afstralen doorheen de diepe Weltschmerz, maar ook de kunde van de kunstenaarsziel uit een circuswereld, die de evocatie bij uitstek is  van ontspanning en inspanning, maar vooral van spanning bij het publiek. Kijk ernaar en weet dat die clown zo dadelijk zal optreden. Het verwachtingspatroon wordt steeds doorbroken, de kleurrijke clown wordt later heel mooi grijs-zwart, de viool en de vioolkist idem dito. Maar ook clowns op blote voeten, met hun kostuum achterste voor, alles is mogelijk

Dacht je dat Marijke aan haar proefstuk was hiermee, dan heb je het mis, een volgende fase dient zich aan: judo-mensen, sport, golf, rope-skipping, prins carnaval, maar ook onverwachte boekenstaanders.  Je kan het zo gek niet bedenken of Marijke heeft er een beeld of een beeldengroep van.  Maar ook enorm schone hoofden die zomaar uit een hoofddoek tevoorschijn lijken te komen, waarbij de ongenaakbare schoonheid van het vrouwengezicht, want het zijn altijd vrouwen, zich zomaar, schijnbaar zonder navolgbare overgang, in de plooien van dat doek schijnen op te lossen. De oefening wordt verder gezet met een sluier, waar enkel nog de ogen van de vrouw zichtbaar zijn, maar hoe geaccentueerd, hoe uitgesproken alsof die ogen de spiegel zijn van het gehele zijn, hoe vol verlangen en verwachting, en wat dan,… zou Jotie ’T Hooft eraan toevoegen.

En dan nu de periode van klei, de vettige aarde, patineren met de vaardige handen, het gebruik maken van het spateltje, schilderen en spuiten, meest zwart en grijs, een enkele keer terracotta kleur. Soms een naakt, soms gekleed, maar wanneer gekleed, altijd met stofverharder, unieke stukken, elk met een passende naam: de buurvrouw, reünie, vrouw en vrouw, een enkele maal man en vrouw, dorst met de uitgesproken lange figuren, die elk wat wils drinken, wijn , bier, duvel  en de bank waar ze op zitten.

“Vrouw en vrouw”, Marijke wil onlosmakelijk verbinden en bindt haar vrouwen gewoon met een hele resem touwen of kleren aan elkaar vast, hoe uniek benadert de kosmos van de vrouwelijke fantasie hier het mannelijke denken?! Vrouwenfiguren en vrouwentorso’s met ontblote borsten en met de potentie van zoveel fertiliteit in zich, zo tonen ze zich zonder enige gene aan de buitenwereld, die tegelijkertijd heel intens aanwezig is in de observerende en denkende benadering  van de toeschouwer, maar er wezenlijk en dus in wezen en dus in het wezen van die vrouwen er gewoon niet toe doet.

Een andere constante in het oeuvre van de kunstenares zijn de cirkels en de cirkelvormen, met daarin op allerlei manieren geconcipieerde homo sapiens, de gedachteassociatie met Leonardo da Vinci kwam onmiddellijk in mij op. De mens die zweeft in zijn balans van evenwicht en tegenwicht, de wedergeboorte van de energie en van de uitstraling en bijgevolg ook van de straling.

Dames en heren, ik wil eindigen met het oeverloos mooie, rozerode terracotta beeldje, als betrof het de creatie van de oervrouw, die evengoed ontstaan kon zijn als religieuze uiting van een vruchtbaarheidsritus bij een primitieve volksstam, als uitdrukking van het verhevene, het onbevattelijke en tegelijkertijd o-zo-nabije. Deze dualiteit beheerst het werk van Marijke, het schijnbaar alledaagse ontstijgt de status van eenvoudig gebruiksvoorwerp of speelgoed en klimt op naar het verhevene, het passionele, het esthetische. Het lijkt alsof ze met haar stofverharder de gecreëerde kunstvolle dingen even vastzet in de tijd, zodat ze een eigen leven kunnen leiden, zowel extern op zichzelf staand als ook in de fantasie van de toeschouwer, een fantasie die vertrekt vanuit de creatie van de kunstenares. Dames en heren, laat dit proces volop tot ontwikkeling komen in deze kunstvolle biotoop.

Ik dank u,

 

Dirk De Cock,

Schepen van Cultuur,

Lebbeke, 4 december 2009.