Het dialect van Wieze
maandag, 23 november 2009

Zondag 22 november 2009 was er een plechtige academische zitting ter gelegenheid van 25 jaar Oudheidkundige Kring "Allerheiligste San Salvator" te Wieze. Bij die gelegenheid werd de licentiaatsverhandeling: "Inventaris van het Dialect van Wieze", van wijlen de heer Paul De Wolf, de latere professor in de linguïstiek, prachtig uitgegeven.

Hieronder mijn volledige toespraak als een van de gastsprekers van zondagvoormiddag.

Geachte heer burgemeester, mijnheer de Bestendig Afgevaardigde, mijnheer de voorzitter en bestuursleden en geachte leden van de Oudheidkundige Kring San Salvator, mijnheer de ereschepen, collega’s uit het college, de gemeenteraad en de O.C.M.W-raad, Mijnheer de voorzitter, mijnheer de ondervoorzitter en bestuursleden van de GRC, dames en heren,

Een zilveren jubileum vieren van een gerespecteerde en talentvolle vereniging, dat komt maar af en toe eens voor. Vele verenigingen halen de kaap van vijfentwintig jaar niet. De erfgoedvereniging van Wieze heeft echter in de loop van haar bestaan meer dan een steen verlegd in de rivier van de heemkunde. Het blad van de vereniging is kwalitatief hoogstaand en legt toch steeds de link met de gewone Wiezenaar. Deze tweevoudige en niet eenvoudige opdracht die u zich als vereniging stelt, weet ook uw schepen van cultuur en met hem het gemeentebestuur heel oprecht te waarderen. De oude wetenschap dat de volkskunde ook aan volksverheffing moet doen,  blijft door deze aangegane uitdaging echt nog steeds brandend actueel. De tentoonstellingen van de kring zijn heel goed verzorgd en mogen tevens prat gaan op ruime aandacht van de verre en nabije omgeving. De publicaties zijn mooi verzorgd naar vorm en inhoud en enkele ervan worden zelfs als naslagwerk gebruikt. De laatste publicatie in de rij, daar heeft de Oudheidkundige Vereniging van Wieze voor een huzarenstukje gezorgd. De publicatie van de licentiaatverhandeling van wijlen de heer, de latere professor, Paul De Wolf, vorig jaar nog door de Minister van cultuur postuum met een medaille geëerd omwille van zijn uitmuntende linguïstische bijdrage aan het werelderfgoed, de publicatie dus met als titel: “Inventaris van de woordenschat van het Dialect van Wieze”, bezit al die rijpheid, dat het voor ons, meer dan vijftig jaar later, nog steeds uitermate belangrijk is. Als filoloog kan ik beamen dat dit een heel puik werk is, omdat de samensteller van de inventaris uitgaat van het Nederlands, zowel van de schrijfwijze als van de klankkleur, en dan nadien het betreffende woord onmiddellijk laat volgen door de fonetische transcriptie. Dat betekent niet meer noch min, dan dat praktisch de volledige klankkleur van het dialect van Wieze van omstreeks het jaar 1957 bewaard werd. En ja, wij zien al verschillen met de klankkleur van het dialect van vandaag, want een taal leeft en wordt beïnvloed door omgevingsfactoren en een dialect gedraagt zich als een taal, maar dan  in een microkosmos. De invloed van de media en van het onderwijs maken dat de klankkleur van onze dialecten steeds dichter bij het Nederlands komt te liggen, doordat men geneigd is om een soort tussentaal te spreken. Dus een goede raad. Op een academische zitting zoals vandaag, daar spreken we Nederlands, maar bij informele contacten tussen dorpsgenoten is het dialect zeker op zijn plaats.

Niet het Nederlands als standaardtaal verdringt het dialect, maar de tussentaal zorgt ervoor dat echte kenmerken van het dialect uitgeroeid raken. In Nederland is de situatie bijna niet meer om te keren, en toch zien we daar het ontstaan van heuse dialectkringen, in Zeeland, in Noord-Brabant, in Limburg, in Overijssel, Drenthe en Twente, er zijn er zeker nog meer. In het Noorden zijn de dialecten aan een revival, een remonte een heropleving begonnen, en ja, dat is allemaal Nederlands. De taalvariatie maakt het Nederlands rijker. Vroeger had men de indruk, dat het ging over het dialect tegen het Nederlands, nu gaat men er binnen de Taalunie van uit dat elk dialect een onvervreemdbaar stuk is van het Nederlands. Men heeft het over een totaal andere boeg gegooid, de taalvariatie staat hoog in het vaandel. Het belang van het dialect wordt, naast het behouden van een zekere cultureel/volkskundige eigenheid, ook gemeten aan de wijze waarop het als reservoir kan dienen om woorden naar de standaardtaal te versassen. Ik geef een voorbeeld, het woord “goesting” (dat eigenlijk een Vlaamse verbastering met lichte betekeniswijziging is van het Franse “déguster”) staat nu in Van Dale en is gekend in het Noorden en wordt er ook reeds gebruikt.

Ik ben twee jaar ondervoorzitter en twee jaar voorzitter geweest van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie en mijn Nederlandse collega, Prof. Woldring vroeg mij op een bepaald moment, wat wij Vlamingen toch hadden met dat woord “goesting”, ik heb hem schalks geantwoord met een vergelijking, ik heb hem gezegd, dat een “Vlaming met goesting”, de overtreffende trap is van “een Nederlander met trek”, wat dan maar als de stellende trap kon worden aangezien.

Dames en heren, een dialect, het dialect van Wieze behoort tot het immaterieel erfgoed. We zijn in onze regio bezig met het oprichten van een erfgoedconvenant, zelf ben ik daar als schepen één van de drijvende  krachten, daartoe zijn alle heemkringen van de streek reeds een keer samengekomen in de Biekorf, het is geen gemakkelijke oefening, de deputé is daarvan op de hoogte, maar we spannen ons met vijf gemeenten in, en wellicht worden er dat acht, om gezamenlijk middelen voor erfgoed naar onze regio te krijgen. In het Meetjesland staan ze daar al heel ver mee en we gaan onder meer daar te rade. Wij hopen dat die erfgoedconvenant in 2011 een feit zal zijn, maar er is nog heel wat werk aan de winkel.

Dames en heren,  10.000 woorden heeft prof. De Wolf samengebracht uit zijn moedertaal, het dialect van Wieze. Het zijn 10.000 equivalenten van het woord “goesting”. We krijgen stilaan goesting om het werk ter hand te nemen en erin te lezen en eruit voor te lezen. Het brengt ons opnieuw in contact met de talige context en realiteit van onze ouders en grootouders.  Het is een kostbaar kleinood voor de toekomstige generaties.  Ik heb de thesis van toen mogen inkijken en ik ben daar dankbaar voor. Ik kijk met jullie uit naar het drukwerk verzorgd door de Oudheidkundige kring naar aanleiding van hun zilveren jubileum.

 

Van harte proficiat met het initiatief en van harte gelukgewenst met de viering van vijfentwintig jaar “Oudheidkundige Kring”.

 

Dirk De Cock,

Schepen van Cultuur.

Zondag 22 november 2009