Inenting Mexicaanse griep
zondag, 15 november 2009

De inenting tegen het H1N1-virus gemeentelijk organiseren voor de risicogroepen is een heel goede zaak. Proficiat aan de organisatoren en de gemeentelijke personeelsleden die daarbij betrokken zijn. Dat de gevaccineerde patienten het bedrag volledig terugkrijgen, lijkt me niet meer dan normaal in een welvaartstaat. De risicogroepen zijn immers al diegenen die sowieso meer kosten hebben voor geneeskundige vezorging. Dat de huisartsen die de inenting verrichten hiervoor een vergoeding krijgen, is nationaal vastgelegd en zeker geen materie voor een plaatselijk schepencollege. Integendeel, elke burger van dit land (en dus ook elke huisarts van dit land) heeft recht op eenzelfde behandeling. De plaatselijke organisatie van de inenting gebeurde nauw in samenspraak met de diensten van de provincie en door de vergadering van de huisartsen van Lebbeke.

Dat een plaatselijke N-VA-afdeling ineens de spreekbuis wordt om de belangen van de ziekenfondsen te verdedigen, lijkt mij wat betreft zeggenschap over lokale gemeentelijke materie meer dan een brug te ver. Hier geldt het aloude spreekwoord: schoenmaker blijf bij je leest. Trouwens dat de ziekenfondsen nog reserve hebben, bewijst hun mededeling van eind september aan de federale regering dat ze gerust een paar percenten wilden besparen (lees: inleveren) om de federale begroting mee in evenwicht te brengen en de minister van begroting een helpende hand te reiken.

Volksgezondheid is vooralsnog een federale materie, geen gewestelijke en al zeker geen gemeentelijke. De inentingscampagne voor de risicogroepen wordt in kaart gebracht door griepcommissaris Van Ranst, de gemeente Lebbeke is hier enkel uitvoerder volgens het door het griepcommissariaat ter hand gestelde draaiboek.

Wanneer elk bestuurlijk niveau zijn taak nauwgezet en naar behoren vervult, komt goed bestuur stapsgewijs dichterbij.

 

Dirk De Cock.