Engelliederen I
vrijdag, 30 januari 2009
 ENGELLIEDER I

Rainer Maria Rilke

Ich ließ meinen Engel lange nicht los,
und er verarmte mir in den Armen
und wurde klein, und ich wurde groß:
und auf einmal war ich das Erbarmen,
und er eine zitternde Bitte bloß.

Da hab ich ihm seine Himmel gegeben, -
und er ließ mir das Nahe, daraus er entschwand;
er lernte das Schweben, ich lernte das Leben,
und wir haben langsam einander erkannt...

Aus: Frühe Gedichte (Engellieder) 
 

 

  ENGELLIEDEREN I

Rainer Maria Rilke

Ik hield mijn engel lang op schoot,
en hij verarmde in mijn armen
en werd klein, en ik werd groot:
en opeens was ik erbarmen,
en hij een trillend vraagje bloot.

Toen heb ik hem zijn hemelen gegeven,-
en liet hij mij ’t nabije, waaruit hij verdween;
hij leerde zweven, ik het leven,
en wij kwamen langzaam dichter bijeen…  

Uit: Vroege gedichten (Engelliederen)

Vertaling: Dirk De Cock. Brussel. 06 december 2006.