De andere kant van ...
woensdag, 6 augustus 2008

Heel wat bekende streekgenoten hebben een verborgen of wat vergeten kantje, dat niets met hun bekendheid te maken heeft: een opmerkelijke hobby, een bijzonder beroep, een rijk verleden, ... Wij zochten enkele van die streekgenoten op, zodat u ze ook eens van een andere kant leert kennen. Vandaag gaan we langs bij schepen Dirk De Cock uit Lebbeke. In zijn vrije tijd schrijft hij gedichten. De volksvertegenwoordiger is van plan de Lebbeekse dialecten ooit te bundelen.

 

foto goossens uit hlnDialectwoorden, oud-Nederlands en poëzie. Lebbeeks schepen en volksvertegenwoordiger Dirk De Cock is er al sinds zijn tienerjaren door gefascineerd. Hij droomt ervan een Lebbeeks woordenboek uit te brengen om het dialect in stand te houden.

 

Dirk De Cock was amper zestien jaar toen hij al op de banken van de universiteit zat. «Dat ik koos voor Germaanse, was een evidentie», zegt hij. «Ik raakte in de humanoria enorm geboeid door taal en meertaligheid. Ik vond dat je daar heel veel mee kon doen. En dus wilde ik er alles over leren, ook van Frans, Engels en Duits. Ik heb heel goede leraars gehad, waar ik veel van geleerd heb.»

 

De Cock is vooral geboeid door dialecten. «Ik ben daar enorm mee bezig. Ik ken onderhand wel alle Lebbeekse dialectwoorden en wil ze graag bewaren voor het nageslacht. Veel woorden staan al opgeslagen op de computer. Maar ik moet eens tijd hebben om ze te bundelen. Ik speel met de idee om een woordenboek 'Lebbeeks dialect' uit te brengen.»

 

De Cock vindt het dan ook spijtig dat veel dialectwoorden verdwijnen. «Het dialect verschraalt», zegt hij. «De woordenschat verdwijnt, alleen de klanken blijven bestaan. Nochtans kunnen oude dialectwoorden ons veel leren. Hetzelfde geldt voor etymologie. Hoe mensen vroeger straten en plaatsen benoemden, maakt veel duidelijk over hoe Lebbeke er vroeger bijlag. Ik vind dat allemaal razend interessant.»

 

«Een freak»

De Cock is ook een fervent poëzieliefhebber. «Ik had een voorliefde voor de hoofse literatuur, met troubadours en rederijkers», zegt hij. «Maar ik ben me ook op moderne literatuur beginnen toeleggen. Ik ben een echte freak. Zelfs tijdens plenaire vergaderingen in het Vlaamse Parlement kan ik het niet nalaten om er bij tussenkomsten geregeld een citaat uit een gedicht tussen te smijten.»

 

En De Cock neemt ook geregeld zelf de pen ter hand. «Als ik getroffen ben door een emotie, gebeurtenis of mooi woord, schrijf ik een gedicht neer. Ik heb er ondertussen al een driehonderdtal. Ik hou ervan om die gedichten, of poëzie van andere auteurs, voor te dragen. Ik probeer dat altijd op een laagdrempelige manier te doen.»

 

Tijd tekort

 

De schepen geeft toe dat hij best wel wat meer tijd zou willen steken in poëzie. «Maar door de politieke carrière is dat helaas niet mogelijk. Maar spijt heb ik niet. Ik wil nu op politiek vlak het onderste uit de kan halen, maar later zal ik me ooit wel volledig toeleggen op literatuur.»

 

Ondertussen probeert de politicus er zoveel mogelijk uit te halen. Door op gedichtendag poëzie voor te lezen in de gemeenteraad, door gedichten te brengen in kerk en bibliotheek en door zich volledig toe te leggen op zijn beleidsdomeinen cultuur en bibliotheek.

 

BRON: Nele Dooms, Het Laatste Nieuws, 11 juli 2008, p. 18