Over het groene eiland
dinsdag, 24 juni 2008

De Ieren hebben Europa sip laten kijken. De kersverse Ierse premier moest tijdens de Europese top figuurlijk spitsroeden lopen. Karel De Gucht en velen van zijn Europese companen sloegen met de verbale zweep. Ze sloegen niet, ze ranselden! De arrogantie van zoveel gevestigde Europese Macht ten opzichte van het uiterste Westen was niet te pruimen. Het is niet licht kersen eten met de hoge omes van de EU.

De Ieren gaven een signaal, dat niet te miskennen valt. Europa is te ver van ons (Ierse) bed. Nochtans heeft de EU, Ierland geen windeieren gelegd! Is het verdrag van Lissabon dan opeens een slecht verdrag? Het is slecht omdat het onleesbaar is, maar inhoudelijk is het een hele verbetering ten overstaan van het verdrag van Nice. Het geeft openingen naar meer democratie, naar meer culturele accenten, naar meer eenheid in verscheidenheid. We mogen niet vergeten dat Europa door de stichtende vaders als een "Markt" werd geconcipieerd, een "Markt" van afzonderlijke "staten" die zouden samenwerken op economisch vlak, de EEG, weet je 't nog! De Europese Economische Gemeenschap. We hebben goed praten over een socialer Europa of over een Europa der regio's! De hele constructie was aanvankelijk volkomen anders bedacht! Laat maar eens een tanker in volle zee en in volle vaart een bocht nemen van 90°. De draaicirkel zal niet heel kort door de bocht zijn.

We zijn al een heel eind op weg. Vanuit dat marktdenken moeten de Europese leiders van vandaag ingangen vinden om Europa socialer te maken, om voor de groene gedachte en het principe van de subsidiariteit een draagvlak te creëren. Dat is helemaal geen gemakkelijke oefening en op het vlak van communicatie een absolute triller, om niet te zeggen een slangenkuil, daar kan de Ierse Europese Commissaris over meepraten. Wie vanuit een dergelijke functie zegt dat hij zelf de tekst van het verdrag niet heeft gelezen, laat staan dat hij de inhoud ervan zou verstaan, zaait angst en paniek.

Het is die angst en die paniek die de Ieren liet "neen" stemmen.

Moeten wij dan het verdrag wel goedkeuren? Ja, maar met een "maar", en die "maar" moet onze kritische bedenkingen bevatten.

Onze kritische bedenkingen zijn: een socialer Europa, meer culturele verschillen, meer rechtstreekse democratie, meer repect voor de regio's en voor het principe van de subsidiariteit. Al die bedenkingen kunnen maar aan bod komen, wanneer eerst dit verdrag wordt aanvaard. De vraag luidt nu: hoe geraken we zo ver?

EVA