Toespraak naar aanleiding van de opening van de tentoonstelling KULTOUR08
maandag, 7 april 2008

Dames en heren,

Vandaag zijn we getuige van een tentoonstelling waarvan diversiteit een thema is en het andere kunst. Door de taal van de kunst spreken veertien kunstenaars tot ons, de creativiteit van de kunstenaar houdt niet op aan de grenzen van een land, een taal of een cultuur. De creativiteit van de kunstenaar is grensoverschrijdend. De kunst bindt en geeft verbinding metde thema’s van het leven. Dat is wat men het “universelle Kunstempfinden” noemt. Vijf autochtonen en negen allochtone kunstenaars preken tot ons. Ik waag een bescheiden poging om wat de beelden eventueel kunnen opwekken in de geest te verbaliseren, onder woorden te brengen.

Dames en heren,

Abed Tarek van Irak.

Warme kleuren en tekens van was aangebracht op het doek, een soort schrift, alsof het werk zijn boodschap zal prijsgeven via het schrift en toch ook niet, want wij kent dat schrift. Was Babylonië niet een van die oergebieden waar het schrift ontstond? En zijn die symbolische tekens geen kenmerk van de mens om na de dood nog dingen verder te geven? Zijn er geen dissonanties in het werk? Toch, er zijn agressieve blauwe vlekken in het volkomen warme kleurenpalet, en ontwaren we niet op een van de werken een soort omgedraaide centaur? Of is het een sfinx?

Véronique Sabban uit Nice in Frankrijk.

Hele expressieve hoofden, denkend bijna met pruilmond en de lijn van de neus als om te volgen in de denkende pose, une dame avec grande distinction, het staat zo op haar getuigschrift, maar zelf getuigt ze ook daarvan in haar kunst, de vrouwenhoofden refereren aan openheid en aan vertrouwen en ook een beetje aan de onschuld van de naïeven; het is expressionisme vanuit een volkomen atypische Franse context met een tikkeltje pop-art in het aanvoelen.

Anne Vanoutryve uit Vlaanderen.

Abstracte landschappen uit de Auvergne, uit Noorwegen, uit Svartisen en uit Brazilië, die ze in haar hoofd meebracht van verre reizen, de verf ligt er vingerdik, op alsof de elementen nu nog het landschap boetseren of aan het vormen zijn terwijl je kijkt. Het zijn levende landschappen, je kan ze vanuit om het even welke hoek bekijken en telkens heb je een volkomen ander beeld. Het betreft landschappen waar je niet opuitgekeken geraakt, het zijn evenveel ontsnappingsroutes van de geest naar de einders van andere gebieden.

Serguei Andreev uit Rusland.

Stilleven met plant, een eenzame plant. Is de mens op de vlucht niet eenzaam als een plant die vanuit de wind daar werd gebracht en daar eenzaam staat tussen totaal andere planten ver weg van de moederstruik waaraan hij ooit ontsproot? Een wazige sfeer, regen, een pleinsuggestie; mensen met paraplu’s, de regen werend, eenzame zitbanken, leeg op het plein. Veel volk, maar geen sociaal contact, verzameling van individuen die in dezelfde richting gaan, zonder interactie met elkaar; het prototype van de massamens, het defensieve van de angst.

Wilfried Jacobs van Lebbeke

De ontkieming en het ontbolsteren, het ontbladeren ook, iets moet weg om iets nieuws te tonen, te scheppen, te geven. De vrucht wordt getoond en het vruchtbrengende ontstaat. De zonnebal, de stralenglans, de rijpheid en de onschuld, de trouw en het vertrouwen, het opgaan in elkaar en het scheppende element. De harde stenen vrouw die heel zacht praat vanuit de contouren van de haar gegeven grenzen. Eros en tanatos, das Mädchen und der Tod, de schoonheid die symbolisch eindigt onderaan in een rechthoekig stuk arduin en bovenaan in een bloemmotief. Zoals bij Pierre de Ronsard, de dichter van de pleiade, refereert hij aan de vergankelijkheid van de schoonheid, aan de eindigheid ervan door de uiteinden bewust onbewust te laten of om ze te laten uitdeinen in de eindigheid van een bloemmotief:

“Ode à Cassandra”

Mignonne, allons voir si la rose

Qui ce matin avait déclose

Sa robe de pourpre au soleil,

A point perdu cette vesprée

Les plis de sa robe pourprée,

Et son teint au votre pareil.

 

Las! Voyez comme en peu d’espace,

Mignonne, elle a dessus la place,

Las, las ses beautéz laissé cheoir!

O vrayment marastre Nature,

Puisqu’une telle fleur ne dure

Que du matin jusques au soir!

 

Donc, si vous me croyez, mignonne,

Tandis que vostre âge fleuronne

En sa plus verte nouveauté,

Cueillez, cueillez vostre jeunesse:

Comme à ceste fleur, la vieillesse

Fera ternir vostre beauté.

 

Harrar Hédi uit Tunesië.

Grafisch werk; horizon 1 & 2 het scheppen van een eigen hemellichaam, het plaatsen van de eigen planeet als ultieme scheppingsdrang; Galaxi, de melkweg, het membraan van een blad in een ronde vorm gebracht. Maar ook een op een stripfiguur lijkend wezen: Kuifje in de ruimte? De zonsondergangen, het verglijden van de kleurvlakken en de bijna onzichtbare overgang tussen de kleuren en de kleurvlakken, een overgang die je wel waarneemt, maar die je niet ziet.

Rosette Jonckiere uit Diksmuide.

Rechthoekige vlakken, kubusmotieven in bruin en crèmekleurig; het zoeken naar vlakken. Ze maakt gebruik van een heel speciale en gemengde techniek: acryl en olie. De figuren in de werken zijn ook letterlijk figuranten. Wanneer de compositie wordt gedraaid, staan weer anderen mensen verticaal. De figuur staat er enkel ter aanvulling van de compositie en de kunstenares is op zoek naar de compositie.

Uruk (Ismaël Abdalah) uit Syrië.

De kunst uit de piramides bekeken door duiven met koppen van arendskelken, heel figuratief en verder het motief van de driehoek (alweer de piramiden – ze staan er effectief ook bij!), maar deze driekoeken laten zich onverbloemd ook linken met Magritte. Tevens ook bovenaan met de hand van Uruk, de oppergod van de Soemer of de Soemeriërs, en in die hand een oog zoals bij generatie grootmoeders uit onze jeugd, de afbeelding aan de muur: streng: “Gods oog ziet ons, hier vloekt men niet!”. Het kleurdoorbrekende hemelblauw met wolken boven de hemelse driehoek van de vrouw. En nog een werk een combinatie van René Magritte en Salvador Dali: de torso van een vrouw met uit de uiteinden elektrische bedrading en visskeletten in bokalen om de vergankelijkheid te symboliseren, terwijl de mens niet eens beseft dat wat voorbij is ook voorbij is.

Vardanyan Nerses uit Armenië.

Portretkunst uit Armenië, een bakermat van het Christendom. De mens zoals hij is, steeds geportretteerd met een voorwerp, een kaars of een soort gongspiegel. Het schilderij “Mea Culpa” – De reeds gelouterde Christus (na de verrijzenis) vóór het kruis. Dan, in het midden van het schilderij een cesuur, met daaronder de schedel van de bok, de verzinnebeelding van de duivel en onderaan de opengespleten onderwereld met het hellevuur. De Armeniërs zijn zo verwant met de Vlamingen: “Mea Culpa” door mijn schuld. De Vlaamse vertalers met hun katholieke achtergrond vertalen het meesterwerk van Dostojewski steevast als “Schuld en Boete”, terwijl de nuchtere, calvinistische Nederlanders het hebben over “Misdaad en straf” voor hetzelfde werk! Het werk: “De Kathedraal” is een soort lichtbaken zoals de vuurtorens in de woestijn, de karavanen van de zijderoute de weg wezen.

Nadine Wachtelaer uit Vlaanderen.

Is alweer een buitenbeentje in deze tentoonstelling van overwegend schilderkunst. Het wit gerande van de steen, waaruit de torso is gehaald, de mooie metalen sculptuur van de ‘bidsprinkhaan’, een pareltje van nauwgezetheid en ambachtelijkheid, terwijl we allen opnieuw denken et Magritte “ceci n’est pas une pipe”, kunnen we er toch niet onderuit om in die vorm een krekel te zien. Een krekel? Zeg nooit zomaar een krekel tegen een bidsprinhaan.

John Nanje (Kameroen).

Ik ben wat ik schilder: Afrikaanse moeder en kind, het begin van de schepping, de mens komt uit Afrika! Hij heeft zijn voetafdrukken bijna overal nagelaten. Maar voor elke voetafdruk staat ook een mens van vlees en bloed. Die wordt dikwijls enkel als theoretische aanwezigheid ervaren door de historische paleontologen, maar bij elke voetafdruk hoort een mens, hoort een gezicht. De schilder plaatst de gezichten bij de voetafdrukken. En dan twee prachtige vertel schilderij fragmenten. Dit zijn zonder twijfel indrukken die het origineel in zekere zin overtreffen, omdat ze door de invalshoek en door het uitvergroten andere klemtonen kunnen leggen, omdat de interpretatie van het oog door de kunstenaar wordt verlegd en in hoge mate geïndividualiseerd. Het geestelijke samenraapsel van indrukken wordt fragmentarisch uitvergroot en onvolledig weergegeven, op zo’n manier dat de details autonoom spreken. De motieven van opnieuw de vrouw in al haar vruchtbaarheid, de duif, de slang de aap, de olifantenpoten, dat alles in ruiten en vlakken en halve cirkels alsof het ene rond het andere tolt en nooit inhaalt, terwijl het er onlosmakelijk mee verbonden is. Van de groen/blauw/bruine kleur van het eerste doek wordt in het tweede doek enkel het blauw bewaard en aangevuld met wit. Ook daar opnieuw dezelfde methode met toch wel andere beelden. Een meer Europees beeld van iemand aan een tafel aan de maaltijd, maar dan toch ook weer de overvloed aan Afrikaanse indrukken, de vrije loop van de gedachten in motieven als papegaai, katachtige, vis, ananas, vogel en noem maar op. Het is een gedicht van indrukken met de naam “Birth” = geboorte.

Alexandr Tonyan uit Armenië.

De zee, de rode zee: het spiegelbeeld aan de einder, de avondgloed, de zonsondergang. En dan het smeedwerk: de stieren, bijna Don Quichote, de uitsparingen in het plaatijzer, de sugesstie: het in de geest opwekken van de ontbrekende gedeelten. Het paard in beweging: het equus, equus het evenwicht in de beweging, de beweging gestold in evenwicht en het beeld als suggestie van beweging.

Rhode Bath-Schéba Macoumbou uit Congo Brazzaville.

Van de kunstgalerij van Marc Somville in Brussel. Oneerbiedig zouden wij die pareltjes van kunstwerken “poppen” noemen. Het procédé is steeds hetzelfde kippengaas en daar doek op bevestigd en dan houtschilfers met lijm. Vier analoge figuren en toch zo anders: vier variaties op het thema: La Porteuse: de palmotendraagster, de waterdraagster, de houtdraagster, op de rug en op het hoofd. De tradities die met de jeugd en de opvoeding werden meegegeven vinden hun creatieve afzet, vanuit de geest door de handen van de kunstenares. De beelden zijn Afrikaans, de techniek is gedeeltelijk van hier en gedeeltelijk van het land van oorsprong. De symbiose begint, het beste uit twee werelden verenigt zich.

Staf Vinck uit Vlaanderen.

Monumentale beelden uit keramiek. De bronsglazuren beelden hebben een enorme impact op de ruimte. Het zijn als het ware wachters bij de poort, met een soort pantser als bij de insecten, en een indeling van kop, romp en staartstuk. Ze staan heel gepast in een laag kolen, de grondstof waarmee vuur wordt aangemaakt, het vuur dat de klei de metamorfose bezorgt, zodat die transformeert tot keramiek, de transsubstantiatie van een kunstwerk.

Dames en heren, om te besluiten draag ik nog de vertaling voor van een gedicht van Rainer Maria Rilke “Archaïsche torso van Apollo” Het gaat over de torso van Apollo en merk hoe de dichter de ontbrekende delen suggereert. De vertaling is van mijn hand.

ARCHAÏSCHE TORSO VAN APOLLO

Rainer Maria Rilke

We kenden niet zijn ongehoorde hoofd,

waarin de oogappelen rijpten.

Maar zijn torso gloeit nog als een kandelaar,

waarin zijn blik teruggeschroefd, niet uitgedoofd

 

zich houdt en glanst. nders kon de boeg

der borst en van de lenden ‘t lichte draaien, niet verblinden

en kon men ook geen lachen vinden

naar dat midden, dat ‘t verwekken droeg.

 

Anders stond deze steen, verminkt en kort,

onder de schouders doorzichtig neergestort

en blonk hij niet als roofdiervel;

 

en brak hij niet uit al zijn randen

als een ster; want er is geen bestel,

dat jou niet ziet. Neem toch je leven anders in je handen.

 

Vertaling: Dirk De Cock.

 

Dames en heren, dank u wel.