'Verschraling en verschotsing'
donderdag, 17 januari 2008

Dirk De Cock (Spirit), ondervoorzitter van de commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement, is geen voorstander van het voorstel om meer in het Engels te doceren in het hoger onderwijs.  

Vlaams minister van Economie, Wetenschap en Innovatie Patricia Ceysens (Open VLD) ijvert voor meer Engelstalige cursussen in het hoger onderwijs. Zo wil ze meer buitenlandse studenten aantrekken en hun Vlaamse collega's klaarstomen voor de internationale arbeidsmarkt. Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) heeft oren naar het voorstel en laat de huidige regels evalueren.

U vreest vooral voor een uitholling van de democratie. Gelijke kansen zouden niet meer gegarandeerd zijn in het hoger onderwijs 

DIRK DE COCK: Het leerplichtonderwijs lanceerde in het verleden initiatieven om de positie van het Nederlands als onderwijstaal te verstevigen bij kansarme kinderen en kinderen van allochtone afkomst. De laatste jaren begonnen die initiatieven hun vruchten af te werpen. Meer Engels in het hoger onderwijs zou die positieve evolutie en de doorstroming naar het hoger onderwijs afblokken.  Bovendien vermoed ik dat we zullen evolueren naar een duale kennismaatschappij. Gezinnen met meer financiële middelen zullen hun kinderen extra Engelse lessen laten volgen, waardoor ze hun slaagkansen vergroten. Het is het recht van een bevolking om onderwijs te genieten in haar eigen taal, en daarnaast vrijblijvend talen te leren. Als wij meer Engels tolereren in het hoger onderwijs, degraderen wij op termijn de status van onze eigen taal.  

In Nederland bieden universiteiten en hogescholen veel lessen in het Engels aan. Leggen we in Vlaanderen niet te veel nadruk op onze moedertaal omdat we in een niet zo ver verleden het Franse juk hebben afgeschud? 

DE COCK: In Nederland heeft men inderdaad de deur opengezet voor het Engels, maar te ver. Daarop komt men nu terug. We moeten ons behoeden voor dezelfde situatie in Vlaanderen. Een verengelsing van het onderwijs zou het democratische onderwijssysteem ondermijnen. Na 1968 zorgde de vernederlandsing van het hoger onderwijs in Vlaanderen immers voor meer democratisering en emancipatie, wat leidde tot een economische boom. Meer afgestudeerden dan ooit voedden de arbeidsmarkt.  

Compromitteren we onze internationale concurrentiekracht niet door vast te houden aan het Nederlands? 

DE COCK: Ik ben een absolute voorstander van meertaligheid, maar het evenwicht Engels-Nederlands volstaat op dit moment. De taalwetgeving schrijft voor dat maximaal 10 procent van de lessen in bacheloropleidingen in het Engels mag worden gegeven. In de masterjaren is er geen limiet, maar moet voor elke cursus in het Engels een parallelles in het Nederlands bestaan. Die regeling brengt onze competitiviteit zeker niet in het gedrang. Een uitbreiding het van aantal lessen in het Engels zou daarentegen een verschraling en verschotsing van het onderwijs betekenen. Enkel functioneel Engels, het zogenaamde ananas-Engels, komt dan aan bod. Docenten noch studenten zijn het Engels voldoende machtig om diepgravende discussies te voeren en beperken zich tot een kwalitatief slecht Engels. Wat is de meerwaarde daarvan?  Engels is tegenwoordig sexy, Nederlands niet meer. Maar Vlaanderen moet een afweging maken. Wil het zo hoog mogelijk scoren in een internationale rangschikking van universiteiten door Engelstalige cursussen aan te bieden? Of primeert de kwaliteit van het onderwijs en mag een moedertaal zich ontwikkelen tot op het hoogste niveau van het onderwijs?   

BRON: Eline Vanuytrecht; www.knack.be, 16/01/2008