Tussenkomst beleidsbrief Brussel
woensdag, 19 december 2007
Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, heren ministers, geachte leden, het zal u niet verbazen dat ik mijn uitdrukkelijke steun uitspreek voor de beleidsbrief Brussel en de keuzes die de minister daarin maakt. Volgens mij gaat het fundamenteel over twee opties. Er is de band tussen Vlaanderen en Brussel en de interculturaliteit.

De minister wil meer Vlaanderen in Brussel brengen, en meer Brussel in Vlaanderen. Het versterken van de band tussen Brussel en Vlaanderen is de essentie van de beleidsbrief. Die band is ook echt wel van wederzijds belang. Vlaanderen kan niet zonder Brussel als hoofdstad, en de hoofdstad kan niet zonder Vlaanderen. Dat geldt niet alleen op sociaaleconomisch, maar zeer zeker ook op cultureel en maatschappelijk vlak. Brussel is de beste waarborg dat Vlaanderen alert, uitgedaagd, open, divers, levendig, sprankelend en fris blijft. Brussel moet tegelijkertijd ook meer bekend en bemind worden in de rest van Vlaanderen. Brussel is niet voor niets de hoofdstad van Vlaanderen. We kunnen hier niet genoeg belang aan hechten. De juiste initiatieven nemen om die band dagelijks te versterken, is het doel van de minister. 

Het Vlaams Communicatiehuis Brussel is dan ook van een niet te onderschatten belang. Er werd hier al over gesproken. Het zal een uithangbord moeten worden van en voor de Vlaamse Gemeenschap, die het goed meent met de inwoners en het welzijn van de hoofdstad. Die gemeenschapsmarketing, als ik het zo mag noemen, is nodig. Onze gemeenschap wordt niet altijd even fraai voorgesteld in de Franstalige pers of door de Franstalige Brusselse opiniemakers. De inwoners van Brussel mogen wel eens het echte gezicht van Vlaanderen ontdekken. Dat is nodig willen we de oubollige perceptie van Vlaanderen als zou het gestoeld zijn op de drang naar uitsluiting en separatisme, als zou het bulken van egoïsten en kapitalisten, tegengaan. We beginnen daarmee in Brussel.

Buitenlanders raadplegen bij uitstek de Franstalige pers: daar halen ze hun gekleurde versie en scheefgetrokken informatie. Dat is bijzonder jammer. Een echt communicatie- en promotiehuis in Brussel voor de Vlaamse Gemeenschap en voor de verschillende Vlaamse instellingen, organisaties, verenigingen en evenementen krijgt dan ook de volledige steun van onze fractie.

Vlaanderen tonen als een open gemeenschap brengt mij onmiddellijk tot de tweede belangrijke keuze in het Brusselbeleid van minister Anciaux: de keuze voor de interculturaliteit. De Vlaamse Gemeenschap is een tolerante gemeenschap die de diversiteit in de samenleving een plaats geeft. Brussel speelt hierin een belangrijke rol, Brussel is de poort op de wereld voor Vlaanderen en vertolkt de interculturele realiteit waaraan Vlaanderen mee gestalte helpt geven. Geen enkele andere stad in Vlaanderen wordt gekenmerkt door een soortgelijk internationaal en intercultureel gehalte.

Beide elementen vertegenwoordigen dan ook een meerwaarde voor de Vlaamse gemeenschap. Brussel is geen monoculturele stad en mag dat evenmin worden, een stad die ervan uitgaat dat iedereen hetzelfde is en dezelfde toekomst heeft. Afstamming en identiteit zijn essentieel in de opbouw van een gezonde toekomst. De initiatieven van de Vlaamse Gemeenschap sluiten er, net als in de rest van Vlaanderen, geen enkele bevolkingsgroep uit. Op die manier wordt de Vlaamse Gemeenschap het cement voor alle afzonderlijke initiatieven en verenigingen op het vlak van onderwijs, welzijn, jeugd, cultuur en sport in Brussel.

Ik moedig de minister verder aan om werk te maken van samenwerking met de Franse Gemeenschap - dat is al gelukt met het Flageyproject - maar om vooral ook werk te maken van de ontmoeting tussen de verschillende gemeenschappen van de stad. Specifiek verwijs ik naar het Vlaams-Marokkaans Culturenhuis Daarkom, waarbij ik toch wel wil beklemtonen dat het Berbers gedeelte van de Marokkaanse instroom niet mag worden vergeten. Ik ben blij dat er een centraal gelegen plek in Brussel komt waar een dergelijke openheid tegenover de Marokkaanse en de vele andere aanwezige gemeenschappen in Brussel en Vlaanderen, duidelijk zichtbaar wordt. Tegelijk lees ik ook dat er een initiatief start in Matonge.

Nog twee elementen uit de beleidsbrief verdienen de aandacht. Het eerste element betreft Welzijn en Gezondheid. Ik ben verheugd dat de minister verder initiatieven blijft ontwikkelen om het tekort aan zorgaanbod in de hoofdstad te helpen wegwerken en dat opnieuw het denkspoor op tafel komt om een mogelijke uitbreiding van het Vlaamse ziekenhuisaanbod te bekijken in de realistische vorm van een ziekenhuisantenne. Ook de doelstelling om Nederlandskundige zorg in Brussel zichtbaar, toegankelijk en meer kwaliteitsvol te maken, primeert. De operationalisering van de woonzorgzones is daarvan het voorbeeld bij uitstek. Door middel van een pps-constructie wordt met relatief beperkte overheidsmiddelen een enorme investering mogelijk gemaakt met als doel onze bejaarden en zorgbehoevenden in de juiste omstandigheden en zo lang als mogelijk in hun eigen huis oud te laten worden en te laten verzorgen. Dat moet niet noodzakelijk gebeuren door uit te breiden, maar vooral door het bestaande beter op elkaar af te stemmen.

Het tweede element zijn de middelen. De beleidsbrief Brussel geeft verschillende cijfergegevens weer. Ze spreken voor zich: de beleidskredieten voor Brussel zijn sinds 1999 met 144 percent gestegen. Ik kan niet anders dan de minister hiervoor uitdrukkelijk te feliciteren. (Applaus)

 

Dirk De Cock, spirit      

19 december 2007