Anne Frankboom, kastanje
donderdag, 13 december 2007
Hij staat in de tuin van het Achterhuis, aan de Keizersgracht 188 in Amsterdam. Hij is 19 meter hoog, 27 ton zwaar, bijna 170 jaar oud en hij loopt op zijn laatste benen, want volgens 'boomkundigen' is hij voor 70 procent aangetast door de honing- en tonderzwam. De kastanjeboom die door Anne Frank drie keer beschreven werd in haar wereldberoemde dagboek, is deze week hét gespreksonderwerp in Nederland.Omdat de boom langzaam aan het wegrotten is en daardoor het risico op een stambreuk erg groot was geworden, vonden sommige experts het de hoogste tijd om hem om te hakken. Zo had ook het Amsterdamse stadsdeel Centrum, dat de kapvergunning moest afleveren, het beslist. Normaal ging de paardenkastanje woensdag voor de bijl. Alleen was dat buiten buurtbewoners, sympathisanten en de Bomenstichting gerekend. Zij wilden 'hun' boom niet kwijt. Omdat de kastanje volgens hen helemaal niet op omvallen stond - dat bewezen ze door er met een lier keihard aan te trekken - en belangrijker: omdat de Anne Frankboom symbolisch te belangrijk was om zomaar omgehakt te worden. 'Want dit is geen boom meer, maar een mentaal stukje Amsterdam.' 

En dus trokken ze in kort geding naar de rechter, van wie ze uitstel van executie kregen. Tot 1 januari kunnen bij de bezwaarschriftencommissie van het stadsdeel alternatieve voorstellen binnengebracht worden voor het behoud van de boom. Twee weken later moeten die bezwaren behandeld zijn, waardoor er nu al één zekerheid is: de Anne Frankboom blijft nog zeker acht weken staan.

 

Tenminste als hij niet omvergeblazen wordt door de mediastorm die is opgestoken. Moet de boom blijven staan of niet? In alle kranten vliegen de opinies heen en weer en worden er commentaarstukken aan gewijd.

 

Volgens schrijver en journalist Sytze van der Zee is het kappen 'een daad van pure barbaarsheid'. En hij schuwt daarbij de grote vergelijking niet, namelijk de manier waarop Nederland omgaat met zijn oorlogsverleden. Die is respectloos, schrijft hij in de Volkskrant. 'Het feit alleen al dat in de jaren na de oorlog in tal van gemeenten de synagogen zijn afgebroken en Joodse begraafplaatsen geruimd. Wat de nazi's niet hebben voltooid, dat hebben de Nederlanders voor hen gedaan.'Een hysterisch reactie? De editorialist van NRC Handelsblad vindt alvast dat 'de aandacht voor de kastanjeboom alle kenmerken van hysterie heeft'. Is er dan niemand die nog bij zinnen durft te blijven, vraagt de krant zich af. 'Niet het kappen van de kastanje is namelijk een bedreiging voor de nagedachtenis van Anne Frank en haar zes miljoen lotgenoten. De hysterie is het echte gevaar voor het historische bewustzijn. De manische opwinding is over een dag voorbij. Maar daarmee is de geschiedenis niet voorbij. De nazi's kapten immers geen bomen, maar vernietigden mensen.'Ook publicist Max Pam denkt in dezelfde richting. 'Stel dat Anne haar oog niet had laten vallen op een boom, maar op een jonge poes. Stel ook dat die jonge poes de oorlog had overleefd, maar in 1958 doodziek was geworden. Had men dan het leven van die poes moeten rekken? En had men ze moeten opzetten, balsemen of op sterk water zetten?' Nee, voor Pam is het duidelijk: 'Een dooie boom in de tuin van Anne Frank vertelt ons hoofdzakelijk dat alles doodgaat, en misschien willen we juist dat niet weten.'

 

De Anne Frank Stichting zelf blijft er rustig bij. Op haar website schrijft ze dat ze geen expert is op het gebied van bomen en een oordeel aan experts overlaat. Historicus en Anne Frank-kenner David Barnouw vindt de commotie in elk geval overdreven. 'Een absolute soap. Ik denk dat de meeste historici hun schouders erover ophalen en iets hebben van: als die boom rot is, dan is hij rot en moet je hem omkappen.'

 

Maar misschien zijn er ook creatievere oplossingen. Luc Versteylen, groene jongen van het eerste uur en bezieler van het Witte Kinderbos op de E19, dat ook verkast wordt, heeft een idee. 'Natuurlijk moet die boom, als hij een gevaar oplevert voor de buurt, gekapt worden. Dat zou Anne Frank zelf ook gewild hebben. Maar misschien moet de boom niet helemaal omgehakt worden. Men kan bijvoorbeeld de stam laten staan en die omvormen tot een soort van monument. Ik denk dat er in Nederland genoeg kunstenaars zijn die ermee aan de slag willen gaan. Ik herinner me dat we dat gedaan hebben met een beuk voor de kerk van Massenhoven. Die had een nogal vrouwelijke vorm - kinderen noemden hem de "tettenboom". Wel die is ten dele bewaard als monument.'

 

Ook in Lebbeke is iets soortgelijks gedaan. Dirk De Cock, ooit Vlaams parlementslid en schepen van Leefmilieu, heeft ervoor gezorgd dat een bekende boom in de gemeente - de 'Vrijheidsboom', uit 1918 - een symbolische waarde heeft gekregen. 'Toen die boom ziek was geworden en niet meer te redden viel, zijn er allemaal kleine schijfjes van gemaakt met een stempel erop en een certificaat erbij als aandenken voor de inwoners.'In die richting denkt ook de Nederlandse columnist Hugo Borst in het Algemeen Dagblad. 'Als er zo nodig symbolisch gedaan moet worden, maak dan papier van de boom en druk er een speciale oplage van Het Achterhuis op.'

 

BRON: Dominique Minten, De Standaard, 24 november 2007, p. 33