Derde bommetje of derde kaakslag
woensdag, 21 november 2007

De Franstalige partijen volgen met argusogen wat er in het Vlaams Parlement op tafel ligt. Na de BHV-stemming en het niet-benoemen van drie Franstalige burgemeesters staan de communautaire zenuwen strak gespannen.

 

Er ligt een derde Vlaams bommetje klaar dat de federale formatiegesprekken kan verstoren. Het gaat over de Franstalige basisscholen die in Vlaamse gemeenten met faciliteiten voor de Franstaligen mogen bestaan. Vlaanderen betaalt die scholen en vindt het dan ook normaal dat het - conform de grondwet - de kwaliteit van het onderwijs controleert via het leerplan en de inspectie. De Franstaligen wijzen dit af en weigeren de Vlaamse onderwijsinspectie binnen te laten. Naast de wet van 21 juli 1971 die hierover een aantal regels vastlegde, bestaat er een officieuze politieke afspraak tussen de toenmalige ministers van Nationale Opvoeding: Vermeylen en Dubois. Die beslisten 'voorlopig' tot enkele afwijkingen op die wet. De Franse Gemeenschap beroept zich nog altijd op die politieke afspraak om af te wijken van de geest van de wet en van de grondwet. Volgens hen zijn de Franstalige scholen in de Vlaamse rand rond Brussel onderworpen aan de programma's en de eindtermen van de Franse Gemeenschap en worden ze ook door de Franstalige inspectie gecontroleerd. Daarover - en over het feit dat de Franse Gemeenschap sinds die tijd ook weigert te betalen voor de Vlaamse faciliteitenschool in het Franstalige Komen - ruziën Vlaanderen en de Franse Gemeenschap al 40 jaar.

 Toen de paarse federale regering in 2005 er niet in slaagde BHV te splitsen, besliste de Vlaamse regering een eind te maken aan deze betwisting. Er zou een interpretatief decreet komen dat de Vlaamse stelling volgde. Dat zou voorgelegd worden aan de Raad van State om voor eens en altijd vast te leggen wat de juiste interpretatie is. Het bestaande voorstel van decreet daarover van de N-VA'er Kris Van Dijck werd medeondertekend door Robert Voorhamme (SP.A), Kathleen Helsen (CD&V), Sven Gatz (Open VLD) en Dirk De Cock (spirit).

Vorige week raakte het advies van de (taalgemengde kamer van de) Raad van State over de tekst bekend. De Raad meldde echter alleen dat dit de bevoegdheid is van het Grondwettelijk Hof. Om de 'grondwettelijke waarheid' te achterhalen, kan het Vlaams Parlement nu niet anders dan het voorstel goedkeuren, waarna de Franse Gemeenschap er klachten over kan indienen bij het Grondwettelijk Hof. Kris Van Dijck ziet niet in waarom dit dossier moet uitgesteld worden. 'Volgende week behandelen we dit in de commissie. Wanneer we erover stemmen, is nog niet duidelijk. Maar ik zeg wel aan de Franstaligen: wie het behoud van België bepleit, moet eerst zorgen voor de naleving van de wetten van België.' Volgens Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) gaat het om een dossier dat al lang aansleept. 'Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) en ikzelf zijn gewonnen voor de meest efficiënte aanpak: zo snel mogelijk zo goed mogelijke resultaten bereiken. Dit gaat overigens over kwaliteit van onderwijs. Er is, in opvolging van de aanvullende regeringsverklaring van 2005, een lijst opgesteld van alle wrijvingspunten met de Franse Gemeenschap. We gaan daarover overleggen met die gemeenschap. Dat vergt enige tijd. Maar na 38 jaar mag dit eindelijk wel eens opgelost worden.' 'De Vlaamse regering heeft hierover geen dictaat ontvangen van de andere gemeenschap of van federale onderhandelaars', aldus Peeters. 'We volgen het tempo dat we zelf willen volgen in dit dossier.' 

BRON: Guy Tegenbos en Steven Samyn, De Standaard, 20 november 2007, p. 10