START arrow DIRK IN HET PARLEMENT arrow Onderwijs en Brussel  
Navigatie
START
DIRK IN DE GEMEENTE
DIRK IN HET PARLEMENT
DIRK ALS DIRK
CONTACT
ZOEKEN
LINKS
CURRICULUM VITAE
Links
De Ploeg
www.goedeledecock.be
Lē - JongProgressieven
Onderwijs en Brussel PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 24 februari 2007
Het grote onderwijsdebat over het Nederlandstalig onderwijs in Brussel komt eraan. Het Heilig Hartcollege in Ganshoren bindt de kat de bel aan. De Inrichtende Macht heeft het over de nakende sluiting van de school. Het eens zo gerenommeerde college is er niet in geslaagd om in te spelen op de sterk gewijzigde omstandigheden. 

Tot begin de jaren tachtig kwamen tal van leerlingen uit de Vlaamse Rand. Een Nederlandstalig college in Brussel bood onder meer een garantie tot het bijna feilloos aanleren van de tweede taal, wat hoe dan ook een opstap was naar betere beroepskansen. Vanaf de jaren tachtig bleven de Vlamingen van buiten Brussel weg. Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel zakte weg. Toen kwam de campagne (ook in het Frans) van het VGC met het kwaliteitslabel: ‘Nederlandstalig Onderwijs’. Toen was er eerst veel instroom uit taalgemengde gezinnen en ook van Franstalige leerlingen. Nadien wijzigde de situatie in de Nederlandstalige scholen in Brussel drastisch door de instroom van leerlingen van allochtone afkomst. Elke school moest een eigen pedagogisch concept ontwikkelen om het hoofd boven water te houden.  Heel wat scholen zijn daarin geslaagd, ondanks ontzettend moeilijke uitdagingen, andere scholen zijn bezig met een inhaalbeweging onder meer via het voorrangsbeleid Brussel van mevrouw Deckers (echt wel één van de pioniers!). T

och zijn er blijkbaar ook scholen of (de Inrichtende Machten van scholen) die het niet meer zien zitten. Sedert kort heeft het middelbaar onderwijs in Brussel ook het zogenoemde Brussels curriculum, wat wil zeggen dat ze meer uren Nederlands mogen aanbieden in de eerste graad, of zelf een bijkomend jaar mogen inlassen om het Nederlands beter onder de knie te krijgen. Slechts weinig scholen maken van dat laatste – goede instrument – gebruik, waarschijnlijk uit angst voor stigmatisering.Nochtans zit het Nederlandstalig Onderwijs in Brussel (wat betreft de aantallen) in de lift.  De al wat ouderen onder ons herinneren zich nog de discussie over de ‘liberté du père de famille’. In 1970 hebben de Vlaamse Studentenverenigingen hiertegen nog actie gevoerd.Sedertdien is ongeveer alles veranderd. Brussel is een meertalige stad geworden, met de helft inwoners van allochtone afkomst. Brussel is ook een stad met twee (officiële) gemeenschappen, die elk hun onderwijs organiseren. Er zijn in die meertalige stad dus twee onderwijstalen, het Frans en het Nederlands. Om Brussel als tweetalige hoofdstad te kunnen behouden, dat wist men in de jaren tachtig al, zou men een aanzienlijk deel van de allochtone bevolking in het Nederlands moeten onderwijzen. De problematiek die met betrekking tot leerlingen van allochtone afkomst zich ook stelt in Antwerpen en Gent en in een paar andere centrumsteden, dient zich echter in Brussel aan met nog tal van bijkomende omgevingsfactoren die het er niet makkelijker op maken. Zo is de omgevingstaal van het opgroeiende kind in Brussel bijna nooit het Nederlands. Een kind van bijvoorbeeld Marokkaanse afkomst spreekt thuis Berbers, leert in de koranschool Arabisch, spreekt met zijn vriendjes Frans en heeft als onderwijstaal het Nederlands.

En toch verrichten onze leerkrachten en directies tegen de achtergrond van dat gegeven uitstekend werk. De inzet en het doorzettingsvermogen is spreekwoordelijk. Die inzet kan niet genoeg ondersteund worden. Geert Van Istendael heeft gelijk. Het Nederlands moet breder doordringen dan enkel maar als onderwijstaal. Brussel is een interculturele stad. De Vlaamse Gemeenschap moet daar haar steentje toe bijdragen. Het Nederlands moet deel uitmaken van de leefwereld van die vele jongeren tijdens de buitenschoolse activiteiten, spel, sport, cultuur, vrije tijd. Zij hebben onze steun en inzet nodig om te komen tot persoonlijke ontplooiing, maar de Vlaamse Gemeenschap heeft die vele jongeren van allochtone afkomst evenzeer nodig, opdat Brussel, naast heel wat andere uitdagingen, ook hoofdstad van Vlaanderen kan zijn.