START arrow DIRK IN HET PARLEMENT arrow Kennen en kunnen  
Navigatie
START
DIRK IN DE GEMEENTE
DIRK IN HET PARLEMENT
DIRK ALS DIRK
CONTACT
ZOEKEN
LINKS
CURRICULUM VITAE
Links
De Ploeg
www.goedeledecock.be
Lē - JongProgressieven
Kennen en kunnen PDF Afdrukken E-mail
vrijdag, 19 januari 2007
Al enkele weken wordt de pleitbezorger voor een  terugkeer naar meer kennisgericht onderwijs, de heer Marc Hullebus, in de media opgevoerd. Omtrent de hele discussie kennis versus vaardigheden heb ik al enkele bedenkingen geformuleerd in de Commissie Onderwijs. U kan mijn tussenkomst hieronder lezen. Binnenkort publiceer ik nog twee teksten die verder ingaan op het debat. De eenmansactie van de heer Hullebus heeft de verdienste dat hij een debat op gang heeft gebracht. Toch moeten we de zaak sterk nuanceren. Het verhaal van de heer Hullebus wordt te veel als een of-ofverhaal gebracht en niet als een en-enverhaal. Kennis en vaardigheden zijn wat mij betreft onlosmakelijk met elkaar verbonden en zijn complementair. Moet er een evenwicht zijn? Uiteraard. Kennen en kunnen, kunnen niet zomaar los van elkaar worden gedefinieerd. We moeten voorzichtig zijn met het op gang brengen van een polarisering. Daar hebben leerlingen, leerkrachten en ouders geen baat bij. Er is een groep leerkrachten die de stelling van de heer Hullebus steunt. Er is evengoed een groep die het daar helemaal niet mee eens is. Ik heb zijn tekst doorgespeeld aan verschillende leerkrachten en in een eerste fase komt dan een reactie pro of contra, zonder enige nuancering. Door de polariserende toon van de tekst is dat bijna logisch. Maar wanneer we blijven polariseren, geraken we nergens. Zo vind ik het geen goede zaak dat er een OZON-beweging is opgericht met een manifest. OZON staat dan voor ‘Onderwijs zonder Ontscholing’. Hoewel ze proberen nuance te leggen slagen ze hier nog niet in. Ze willen het niet over kennis hebben, maar pleiten voor een breed debat met als centrale thema ontscholing. Maar in de praktijk worden inzake vaardigheden enkel basisvaardigheden zoals  rekenen, lezen en schrijven benoemd.. Er staat letterlijk in het manifest van de heer Hullebus: “Deze actie mag echter niet doodbloeden en de weerstand vanwege de ontscholers mogen we ook niet onderschatten. Of de minister een ontscholer is, dat weten ze nog niet, hoewel de titel ‘Reactie van ontscholers en minister’ al richtinggevend is.”  Naast de polarisering storen me vooral de faits divers, de anekdotes en het subjectieve gevoel dat men creëert. Of een beauty niet weet waar de toren van Pisa staat, interesseert me niet. Dit jaar werden in het Groot Dictee der Nederlandse Taal gemiddeld 31 fouten gemaakt en vorig jaar 33. Is dat een indicatie? Ik vind van niet. Daaruit kunnen we niet afleiden dat de kennis in zake spelling vooruitgaat.In deze moderne tijden van heel veel aanbod van kennis en kunde moeten we vooral weten waar we dingen kunnen vinden. Die tools moeten we aan leerlingen aanreiken. Het hele informaticaverhaal moet in de discussie worden gebracht. Dat is heel belangrijk in onze maatschappij.De kennis die kinderen daarover bezitten is immens, en dat is goed. Is dat geen kunde of kennen? Ik stel me die vraag. Moeten we weten wanneer Byzantium is gevallen? Het is aan te raden dat we dat kunnen situeren, maar is dat een must? Misschien wel, misschien niet. Ik zal jonge mensen die dat niet weten, daarop alleszins niet beoordelen. Sommige zaken kunnen worden herbekeken. Voor talen betekenen vaardigheden een meerwaarde. Bij het herbekijken van de eindtermen mogen we ons niet laten leiden door het gevoel, maar door het maatschappelijk kader waarbinnen ons onderwijs is georganiseerd en waarbinnen kinderen later moeten kunnen functioneren. Als er te veel is overgeheld naar vaardigheden, mag dat misschien  een heel klein beetje worden teruggeschroefd, maar omgekeerd moeten we bepaalde kennis ook kunnen evalueren. Een open blik in deze discussie is essentieel. We moeten rekening houden met de context en de technologische maatschappij waarin we leven. We moeten onze kinderen en jonge mensen opleiden om te kunnen functioneren in deze maatschappij.