START arrow DIRK IN HET PARLEMENT arrow De lerarenopleiding  
Navigatie
START
DIRK IN DE GEMEENTE
DIRK IN HET PARLEMENT
DIRK ALS DIRK
CONTACT
ZOEKEN
LINKS
CURRICULUM VITAE
Links
De Ploeg
www.goedeledecock.be
Lē - JongProgressieven
De lerarenopleiding PDF Afdrukken E-mail
donderdag, 7 december 2006

Hieronder volgt mijn tussenkomst hierover in de plenaire vergadering van woensdag 6 december 2006:

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, lang verwacht en toch gekomen: het decreet lerarenopleiding!

Het is een heel belangrijk ontwerp van decreet, dat merken we ook aan de persbelangstelling. (Er was bijna niemand van de pers!) Het is als het ware de laatste nog ontbrekende schakel in het hele Bologna-proces. Het betreft een ontwerp van decreet dat aan een aantal verwachtingen van het veld tegemoet komt. Op het belang van het beroep van leraar kan niet genoeg gewezen worden. Dat de hele maatschappij meedenkt en meeleeft werd ook duidelijk bij de laatste onderwijsdiscussie over al dan niet meer kennisoverdracht in het onderwijs. Op zich vind ik dat een ietwat vertekenende discussie, maar ze bewijst in elk geval dat mensen heel erg begaan zijn met onderwijs. Het beroep van leraar is dus belangrijk.

Het is een ontwerp van decreet dat enigszins moeilijk leest. Mevrouw Temsamani refereerde er al aan, maar de minister stelt dat er voor een coördinatie zal worden gezorgd.

Het ontwerp van decreet zorgt voor een duidelijke win-winsituatie. De nieuwe leerkracht komt beter voorbereid en beter begeleid in het onderwijs terecht. Met dit ontwerp van decreet wordt getracht om de onderwijsevoluties te vertalen naar een decreetgevend kader. Het ontwerp van decreet garandeert een kwaliteitsverbetering op het terrein en speelt in op recente ontwikkelingen en actuele verwachtingen, zowel naar de praktijkcomponent als naar de inhoudelijke component.

Bij de theoretische en inhoudelijke component is het de bedoeling om meer aandacht te besteden aan thema's die gelinkt zijn aan maatschappelijke ontwikkelingen zoals zorg, taalvaardigheid, het detecteren van disfunctioneel gedrag en dies meer. Tevens is er ook een uitdieping van de vakinhoud bij de geïntegreerde opleiding door de reductie van drie naar twee vakken.

Wat de praktijkcomponent betreft, klonk de roep om hervorming en verbetering het luidst. De vraag om meer pedagogische expertise aan te reiken aan de beginnende leerkracht, heeft gehoor gekregen via het uitbreiden van het aantal stage-uren, het aanstellen van een mentor, het organiseren van een aanvangsbegeleiding en de klemtoon op diverse praktijkervaringen. Er zijn de mentor en de aanvangsbegeleiding, en ja, men zou kunnen zeggen dat er mogelijk nog onduidelijkheid is over invulling ervan. Maar wat is hierbij belangrijk? Volgens mij is dat vooreerst de extra ondersteuning. Op zich is het doel duidelijk, het zal er nu op aankomen, zoals de minister ook al aangaf bij bespreking in de commissie, dat scholen en opleidingsinstituten duidelijke afspraken maken. Ik heb voor wat dat betreft het volste vertrouwen in de autonomie van de scholen en de instellingen. Zij hebben er zelf heel veel belang bij om hun verantwoordelijkheid te concretiseren in duidelijke onderlinge afspraken om de dagelijkse werking in praktijk goed en vlot te laten verlopen.

Niet alles kan in eenduidige regels in een decreet gegoten worden. Het belang van afspraken maken, is onmiskenbaar veel groter geworden. Of de nieuwe formule werkbaar is op terrein, was en is een belangrijke bekommernis. Die bekommernis wordt gedeeld door de andere commissieleden en door de minister, die een goede opvolging en een snelle evaluatie in het vooruitzicht heeft gesteld.

Ook de LIO-baan is een volledig nieuw gegeven dat goed moet worden opgevolgd. Het is belangrijk dat er geen misvatting over een dergelijke constructie ontstaat. De bekommernis dat de LIO-baan de lerarenopleiding zou kunnen uithollen en de indruk zou kunnen wekken dat het lerarenberoep vooral iets is wat men al doende zelf kan leren, zal in het raamkader van een overeenkomst tussen de school en het opleidingsinstituut weer erg belangrijk zijn, in die zin dat ze beiden samen de interactie tussen theorie en praktijk moeten garanderen.

De samenwerking tussen de verschillende soorten van lerarenopleidingen, elk met hun eigen specifieke invulling en met hun eigen expertise, is zonder meer baanbrekend. De integrale benadering en de poging om verschillende opleidingsvormen, die uiteindelijk toch hetzelfde doel hebben, met name leraren opleiden en vormen, beter op mekaar af te stemmen en ook om de verschillende opleidingen tot samenwerking te stimuleren, wordt de uitdaging van het komende decennium.

Andere belangrijke bekommernissen voor spirit zijn de gelijke kansen voor studenten uit de lerarenopleiding zelf, zowel qua instroom als doorstroming. Die kansen worden duidelijk gecreëerd in dit decreet door middel van samenwerkingsverbanden en financiering voor projecten, met het oog op het aantrekken van nieuwe doelgroepen.

Een tweede bekommernis zijn de gelijke kansen voor de leerlingen in het basis- en secundair onderwijs die door de afgestudeerde leraren moeten kunnen worden verwezenlijkt en gegarandeerd. Een afgestudeerde leraar kan in heel divers spectrum tewerkgesteld worden. Het creëren van gelijke kansen vraagt niet in iedere klas dezelfde behendigheid en dezelfde methodiek. Differentiëren wordt een belangrijk aspect in de lerarenopleiding en zal geconcretiseerd worden bij de uitwerking van de basiscompetenties.

Dat het spanningsveld tussen het aanleren van een beroep en het opdoen van ervaring altijd enigszins zal blijven bestaan, blijkt uit volgend fragment. Ik lees het u graag voor. De vertaling is van mijn hand. Het refereert ook aan de drie belangrijkste eigenschappen van een goede leraar: geduld, geduld en geduld.

In zijn brief van 17 juli 1903 aan Franz Xaver Kappus, die op dat ogenblik de leeftijd van een beginnende leraar heeft, schrijft Rainer Maria Rilke: "Je bent zo jong, zo nog vóór elk begin, en ik wou je, zo goed ik het kon, lieve vriend, vragen om geduld te hebben met al het onopgeloste in uw hart en om te pogen de vragen zelf lief te hebben als afgesloten kamers en zoals boeken, die in een zeer vreemde taal zijn geschreven. Zoek nu niet naar de antwoorden, die u niet kunnen worden gegeven, omdat u ze niet heeft kunnen beleven. En het komt erop aan, alles te beleven. Leeft u nu met de vragen. Misschien leeft u zich dan langzamerhand, zonder het te merken, op een dag ver weg, in het antwoord in." (Applaus bij de meerderheid en bij Groen!)