START arrow DIRK IN HET PARLEMENT arrow Versmalt het VSKO tot vakorganisatie van de Inrichtende Macht?  
Navigatie
START
DIRK IN DE GEMEENTE
DIRK IN HET PARLEMENT
DIRK ALS DIRK
CONTACT
ZOEKEN
LINKS
CURRICULUM VITAE
Links
De Ploeg
www.goedeledecock.be
Lē - JongProgressieven
Versmalt het VSKO tot vakorganisatie van de Inrichtende Macht? PDF Afdrukken E-mail
maandag, 9 juni 2008

Inspraak en betrokkenheid van alle partners van en school dragen bij tot een beter schoolklimaat en een kwaliteitsvol schoolbeleid. Het participatiedecreet heeft tot doel dit - waar nodig - te stimuleren. Toch blijven conservatieve krachten het eigen belang voorop zetten. Ze pogen op die manier het verder ontwikkelen van een participatieve cultuur in alle Vlaamse scholen te dwarsbomen. Dé conservatie kracht blijft het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO). De onderwijskoepel van het vrije onderwijs berichtte vorige week dat het participatiedecreet zijn doel voorbijschiet. 

 

Het VSKO stond van in het begin heel kritisch tegenover het participatiedecreet. Niet omwille van de vrees dat het een slecht instrument zou zijn om meer participatie mogelijk te maken. Zo verkochten ze het wel in het openbaar, maar ook toen was het duidelijk dat het hen ging over het eigen belang van de directie en vooral de schoolbesturen. De schrik dat deze spelers een deel van hun beslissingsbevoegdheid  - of misschien wel macht - zouden moeten inleveren was groot. Deze echte reden van  hun verzet was bij de besprekingen van het decreet al sterk merkbaar. Nu drie jaar later krijgen we de definitieve bevestiging van dit motief. De koepel komt met een eigen – zogezegd- objectief onderzoek  op de proppen dat hun kritieken op het decreet volledig onderschrijft. Het onderzoek is echter een gestuurde bevraging met bovendien heel selectieve conclusies.

De bevraging is afgenomen bij de voorzitters van het schoolbestuur en de schoolraad en directeurs. Hier vallen de maskers al af. Want waren zitten de leerlingen, ouders en leerkrachten? Zij, om wie het hele participatiedecreet draait, worden niet gehoord. Dat alleen al devalueert de waarde van het onderzoek. En dat voor een onderzoek over participatie!

 

Het meest frappant is echter de hoofdconclusie dat het participatiedecreet niet tot méér participatie heeft geleid. Hoe komt het VSKO dan wel tot die conclusie op basis van dit onderzoek? Inderdaad de meerderheid van de bevraagden vindt dat de participatie niet is toegenomen. Maar 40 % van de voorzitters van de schoolraden vindt juist wel dat het decreet zijn vruchten heeft afgeworpen. Dit overtreft de verwachtingen van de beleidsmakers. Het decreet had immers in de eerste plaats tot doel om vooral die scholen die geen participatie kenden aan te sporen. Dat meer dan helft geen toename ziet is dan ook logisch. Niet alle scholen vertrokken immers van een nulpunt, integendeel. De conclusie dat het decreet zijn doel voorbij schiet, is compleet foutief.  Deze boodschap is echter dé teaser om de aandacht te trekken. Het VSKO hoopt hiermee de eigenlijke agenda te kunnen zetten.

 

Want waar draait het echt allemaal om? Wel het VSKO wil dat het schoolbestuur een afvaardiging krijgt in de schoolraad om zo de touwtjes in handen te houden. Ook voor deze eis vinden ze natuurlijk steun in hun onderzoek. Uit de bevraging blijkt immers dat de meerderheid van voorzitters de aanwezigheid van het schoolbestuur ook als een positief element ziet. Maar zien zij - verkeerdelijk - de directeur ook niet als een deel van het schoolbestuur? En inderdaad zijn of haar aanwezigheid wordt positief geëvalueerd. Maar het is nu al duidelijk – ook uit de bevraging – dat de vergadering meestal of geleid wordt door de directeur of dat hij/zij het meeste aan het woord is. Is het dan echt nodig om de positie van het schoolbestuur in zo een schoolraad te verstevigen? Zal dit niet degressief werken voor de participatie van de verschillende leden van de schoolraad? Toch wel belangrijke vragen lijkt me!

 

Dat het participatiedecreet zal geëvalueerd worden is een goede zaak. Maar als het van mij afhangt zal die evaluatie gaan in de richting van wat we meer kunnen doen. Hoe kunnen we werken aan de informele participatie en participatie op klasniveau? Dat is mijn belangrijkste vraag. Het participatiedecreet behelst immers nog maar een deel van de stappen waartoe scholen uitgenodigd worden. En organisaties die enkel de macht van de inrichtende machten komen verdedigen, daar moeten we bij de evaluatie niet teveel  belang aan hechten. Laten we maar vooral luisteren naar de belangen en visies van ouders, leerlingen en leerkrachten.